Piep observeert

Piep ziet de bomen in het bos verkleuren, de blaadjes beginnen te vallen. Dat is fijn, want muizen kunnen over en onder blad lopen. Dat is wel zo veilig, al is het oppassen voor uilen. Die horen je eerder dan dat ze je zien. De zon maakt lange schaduwen, ook daaraan zie je dat het later is in het jaar. De kleur van het licht is anders. Mooier vindt Piep, om over na te denken en je te verwonderen.

Jezelf verwonderen, de dingen zien er over nadenken en proberen te begrijpen is niet alle muizen gegeven.

Een groot muizen filosoof zei eens dat een gebrek aan inzicht in de dingen, het niet kunnen aanvoelen of beoordelen, is wat we domheid noemen. Piep probeert zich voor te stellen wat er in het hoofd van een zo’n muis omgaat. Een soort blindheid voor echte dingen, voor de werkelijkheid?

Het is een mentaal iets denkt Piep. Hij verzinkt in diep gepeins.

Er is een muizenclub in het bos die nogal duidelijk laat zien dat ze het op dat gebied wat moeilijk hebben. Ze noemen zich De Verenigde BladBlazer Muizen, of VBBM. Ze hebben gemeen dat ze het liefst al het blad het bos uit willen hebben.

Het bos is er voor muizen en niet voor blaadjes staat in hun statuten. Het zijn dezelfde muizen die elkaar graag iets aanpraten. En dat geloven ze dan allemaal. Je gaat niet anders denken dan de anderen vinden ze. Dan hoor je er niet bij. Dit soort clubjes heeft behoefte aan regels, dogma’s en een sterke leider, denkt Piep. Dat geeft houvast als je zelf niet nadenkt.

Vervelend is dat ze die regels ook aan anderen willen opleggen. Ze luisteren niet eens naar argumenten, ze horen ze niet. Het zijn in die zin weinig maatschappelijke muizen. Als hun Oppermuis iets zegt dan is dat wat het is. Het is een beetje eng en je merkt het in het bos. Je ziet ze in groepen blad blazen alsof het alleen hun bos is. Piep ziet het als een bosbedreigend fenomeen. Ze voegen niets toe aan het bos, ze creëren chaos. Hij vraagt zich af of ze dat beseffen, of het wel louter domheid is. Er kleeft een zweem van kwaadaardigheid aan zo lijkt het.

Het gaat om tegenkracht volgens Piep. Duidelijke en flinke tegenkracht. Dus niet het zomaar maar laten gebeuren.

De wind is Piep z’n vriend. Als er op zaterdag weer een VBBM-dag is dan weet Piep van tevoren uit welke hoek de wind waait. Hij checkt het weerbericht. De boze blazers hebben geen idee.

De volgende dag liggen alle blaadjes weer waar ze vandaan kwamen. Wind denkt Piep, we hebben meer wind nodig. Tegenwind. En we moeten kijken, naar de volgende dag en de dagen erna.

De wind schut zachtjes aan de bomen, een betoverende bui van gekleurde blaadjes dwarrelt naar beneden.

 

Indoor cycling

Ik hou van taal en van een goede duiding. En zelfs dan nog is het grappig om de andere betekenissen van woorden te zien.

Outdoor cycling kennen we allemaal, het is gewoon fietsen. Je kunt ook aan empowered outdoor cycling doen, je hebt dan een elektrische fiets. De sportieven onder ons denken bij outdoor meer aan mountainbiken. Hoewel dat laatste ook op vlakke paden kan.

Ik ga me binnenkort storten op indoor cycling. Ik word geen baanwielrenner, ik koop een hometrainer. Volgens Wikipedia simuleert zo’n ding de fietsbeweging. Dat vind ik dan weer wat flauw, om het zo weg te zetten. Daarom klinkt indoor cycling veel beter.

Ik had ooit een hometrainer, zo een waar je je racefiets op kan zetten. Los op drie rollen. De achterste twee rollen drijven de voorste rol aan met een snaar. Door de girowerking blijft je overeind, net als bij het echte fietsen. De mijne stond op de zolder van de schuur. Naast het trapgat voor de ladder. Er af lazeren zou me een verdieping lager brengen bedenk ik me nu.

Sta ik wel weer voor een complex keuzetraject. Welke moet het worden? Eentje waarmee je op een beeldscherm kunt zien hoe je alpencols bedwingt? Of eentje waar je na 5 minuten af wil stappen, want niet leuk. Die van de alpencols op je beeldscherm is veel leuker. Ik opteer dan voor een elektrische versie. Empowered indoor cycling dus. Probleem is dat dat niet bestaat.

Lekker aan je conditie werken terwijl het kutweer is. Het wordt winter hè. Ik zet hem zeker niet in de schuur. Waar dan wel weet ik nog niet. Ik denk op een plekje waar ik naar buiten kan kijken. Zonder de alpencols, die zijn en prijzig en wat hoog en daarmee niet van toepassing.

De tijd dat ik op m’n racefiets na veel gezwoeg om boven te komen met 80 km p/u naar beneden zoefde is voorbij. Ik doe het niet meer. Ik deed het onderhoud aan de fiets zelf, om zeker te weten dat alles goed en veilig was. En ik had al vroeg een fietshelm, beetje als Calimero. Dat zou nu heel modern zijn. Kijk maar naar de tijdrijders en short trackers.

Ik ga even verder met de online speurtocht naar een geschikte hometrainer.

Op je pad

Twee jaar geleden zou ik niet geloven dat ik nu met een trekkingstok zou lopen, of daarbij hebben gedacht aan een bergwandeling. De stok is al niet meer genoeg, ik loop met een rollator. Daar ben ik tevreden mee. Ik kom verder en loop en sta langer dan een paar weken geleden. Ik kan het een beetje trainen.

Onderweg door de lange gang van het UMCU word ik aangesproken door mijn nefroloog. Wat loop je moeilijk! Ik liep nog met m’n stok. Ze zei: als je nu helemaal in een rolstoel komt te zitten dan moeten we de operaties misschien heroverwegen? Ze doelde op de risico’s van de ingrepen om me van mijn rugproblemen af te helpen.

Ik zei dat ik die gok niet ging wagen. Een infectie zou fataal kunnen worden. Beter nog 20 jaar in een rolstoel dan einde van de rit.

We waren het erover eens dat ik net zoals sommige andere getransplanteerden meer bezig ben met het managen van allerlei bijkomende zaken, dan met mijn nier. ‘Die doet het prima. Als die het 5 jaar goed doet, dan kan dat 10 jaar en ook 15 jaar goedgaan’ zegt ze.

Dat is mijn houvast. Ik kan niet zeggen mijn doel. Behalve door mijn manier van leven heb ik er weinig invloed op. Ik denk dat het ook helpt als het goed zit in je hoofd.

Ik moet niet denken aan hoe het daarna is. Misschien is er geen daarna, dat weet je niet. Moeten dialyseren is voor mij een doemscenario. Bij leven en welzijn heb ik nog wel even om daarover na te denken. In de zin van mentaal voorbereid zijn. Piekeren is zinloos.

Die rolstoel zie ik nog niet zitten hoor. Al zit ik wel stiekem te kijken naar exemplaren waarmee je ook buiten de gebaande paden uit de voeten kan. Ik wil graag weer eens naar Texel en vervolgens vraag ik me af wat ik daar nog moet.

Lekker over het strand banjeren?

Of alleen maar het duin over naar een strandtent voor een cappuccino. 

Schuurtje bouwen

Ik ben een nieuw schuurtje aan het bouwen. Deze beginzin heeft mijn voorkeur. Alleen, het is niet waar. Wel van het schuurtje, niet dat van mij. Ik zou kunnen zeggen dat ik wel een schuurtje zou willen kunnen bouwen. Maar te veel werkwoorden in een zin. Beetje cynisch ook om het werkwoorden te noemen. Mooi aanloopje naar een troosteloos verhaal.

Ware het niet dat het een heel mooi schuurtje wordt, al zijn alleen de contouren nog maar zichtbaar. Juist dat laat ruimte om te fantaseren over het eindresultaat.

Er is ook een oud en gammel schuurtje dat binnenkort erg in de weg staat. Dat wordt afgebroken. Het is mijn eerste schuurtje, dat ik verschillende keren van de ondergang redde. Noodgedwongen want mijn enige schuurtje.

De voldoening van zelf bouwen smaak ik niet meer. En toch geniet ik van het bouwen. Het is een nieuwe fase. Het heeft even geduurd, maar ik begin het te aanvaarden. Als iets onvermijdelijks en tegelijk als een nieuwe kans.

Afgelopen week was ik op vakantie. Op dezelfde plek als in juni. Waar in juni ik me liet beperken doordat ik niet lang kan lopen en staan heb ik nu een oplossing gevonden. Een simpele rollator doet het. Zo’n ding is bedacht om mee te kunnen lopen. Ik heb hem vooral om te kunnen zitten. Gewoon elke paar minuten de rem erop en even zitten. Dat is alles.

Ik verdom het om er een mandje of een handige boodschappentas op te monteren. Het moet een beetje om aan te zien blijven. Ik merk dat ook mijn hoofd gebaat is bij een rollator, een mentale dan. Dus niet steeds de beperkingen ervaren. Uitvinden hoe het wel kan en dat voelen als een stap vooruit.

Zitten en ouwehoeren met de mannen op de tuin en meebeleven hoe zij het schuurtje bouwen. Het is ook hun schuurtje. Dat laatste is belangrijk, voor ons allemaal. Ongetwijfeld zullen ze af en toe ernstig lijden onder mijn vermeende bouwkundige inzichten.

We doen het samen, genieten samen.

De mentale rollator doet het goed. Het mooie is dat ik dat ding op den duur kan afschaffen. Het fysieke exemplaar mag blijven.

Good old Piep

Er zijn al wat jaren overheen gegaan, sinds Piep als een jonge muis door het bos huppelde. Plannen voor een bosmarathon voor Tintje en de andere powermuizen, voor excursies voor dieren in hun eigen bos. Het kwam er even niet van. Piep weet veel van het bos en kan er mooi over vertellen, het wordt zelfs nog mooier als je met hem mee door het bos loopt. Je gaat de dingen zien.

Hij zegt dat je veel en lang moet stilstaan. Dan kan je het bos zien gebeuren. Daar hoef je niet ver voor te gaan. Juist niet. Hij weet dat uit ervaring, hoewel het in beginsel strijdig is met zijn karakter. Piep wil altijd verder. Zijn eigen wijsheid komt hem goed van pas. Alleen dat inzien en er naar handelen lukt niet goed. Ik leg het je uit.

Piep is van nature een ik doe het zelf wel muis. Ga hem niet vertellen hoe het moet of dat je hem wel even wil helpen. Dat is voor een deel soms een minder makkelijke eigenschap. Maar misschien wel herkenbaar. Het tegenovergestelde is een kaniknietmuis. Maar daar hebben we het niet over.

Piep heeft last van zere pootjes en een zere rug. Te veel eikels en beukennootjes tegelijk in z’n kruiwagentje naar huis gesjouwd denk hij zelf. En dat iets te vaak. Meer erin laden scheelde weer kilometers lopen vond hij. Je huis onder een eik bouwen is een andere oplossing. Nadeel is dat je ’s nachts je een ongeluk schrikt als er eikels uit de boom op het dak van je huis kletteren. Dus dat is eigenlijk geen oplossing.

Piep heef ergens gelezen dat hij waarschijnlijk een meer beschouwende soort muis is, eentje die kijkt naar de grote patronen. Daar heeft hij wel gevoel bij. Als je poten zeer doen heeft het geen zin om daaraan te verbinden dat je niet goed kan lopen. Je kan het nog steeds. De kunst is om te voorkomen dat je stilvalt. Hoe dan? Nou, dat is een goede vraag. Iets om je energie in te steken en niet als een kaniknietmuis zielig te zijn.
Piep heeft van mooie ronde kastanjes en rechte takjes iets gemaakt om makkelijker te kunnen lopen. Een loopkarretje, Als hij even wil rusten kan hij erop zitten. Dat maakt dat hij na een paar minuten weer verder kan. Het is dus meer een zit- dan loopkarretje. Of allebei eigenlijk. Hoe zeg je dat? Een stoeltje waar je ook nog goed mee kan lopen?

Het resultaat is dat het weer veilig voelt om ergens heen te gaan. Naar een supermarkt bijvoorbeeld, of naar het dorp. Wat moet je anders als verder lopen niet meer gaat door pijn en zitten nergens kan? Zo werkt het wél.

Verder denkt Piep dat je grootste problemen in je hoofd zitten. Omdat je denkt dat het problemen zijn. Watwelkandenken is veel mooier en je gaat ervan glimlachen.

 

 

Leesmoe

Niet omdat je last hebt van je ogen, maar omdat je het niet meer gelezen krijgt. Wantaal en teksttroep. Het is de kregel die me bevangt bij een poging tot het lezen van beroerde schrijfsels. Niet alleen wat er staat, vooral hoe het er staat. Kranten, boeken, de NOS-app. Verhaspelde uitdrukkingen en gezegden, kromme zinnen. Dan heb je het nog niet over de inhoud en de strekking.

Het erge is dat het regel is. Ik koop nog wel eens een boek en wil dan vooraf een paar bladzijden lezen. Dat vergeten online boekverkopers.

In een boekwinkel vind je alleen de ‘Top 10’.

Ik heb een weemoedig verlangen naar de Slegte. Boeken struinen en boeken lezen als puur genot. Zolders vol om begerig rond te kijken. Naar huis met een stapel voor 15 gulden. Tuurlijk, jij leest op sociale media.

Op de middelbare school was ik verdoemd in de les Nederlandse literatuur. Na mijn vraag wat dan in vredesnaam de critici waren, die bepaalden wat literatuur was. Niet wie, maar wat. Met een rood aangelopen hoofd negeerde de docente mijn vraag.

Gemankeerde teksten geven me hetzelfde gevoel als het kijken naar een chef-kok die proeft met de lepel waarmee hij even later het gerecht opdient.

Intussen streven kranten en bladen ernaar dat je online gaat lezen. Teksten worden met AI in elkaar geflanst. Resultaat is dat zo tekst correctheid en juistheid wordt toegedicht. Want AI toch? Rubbish in, rubbish out.

Het lijkt een complottheorie, maar zou AI misschien zijn bedoeld om de waarheid geweld aan te doen? Koren op de molen van wereldleiders. Zoals je weet zijn dat, evenals de meeste politici, bekwame leugenaars. Ze leerden als kind al te liegen alsof het gedrukt staat. AI en politici, stop er tien leugens in er komt de waarheid uit.

Verder is het stikheet vandaag, dat is bewijsbaar en daarom zit ik binnen. Ik hou vast aan kleine waarheden.

 

Onder spanning

Vakantie naar Italië; ga maar zei de nefroloog 7 jaar geleden. Ik ging, met het vliegtuig. Met de auto was geen optie. Bij het inchecken mocht ik doorlopen en meteen boarden of gewoon even gaan zitten. De valse blikken van zich gepasseerd voelende Nederlanders vergeet ik niet. In hun herkenbare outfit en met hun schampere taal waren ze meer dan herkenbaar. Voordringers. Ik eerst… Wat een kutvolk.

Ik kon wat langer staan en beter lopen dan nu. En toch was het klote. De onzekerheid over hoe er mee om te gaan. Ik heb het gedaan, omdat ik het wilde en het was goed. Het was september 2018. Nierfunctie 13%.

Ik maakte andere foto’s dan anders.

Nog geen 3 weken later ging ’s nachts m’n telefoon: ‘ik heb een nier voor u’. Ik had me voorgenomen dialyse zo lang mogelijk uit te stellen. Streng dieet en fysieke inspanningen doen tot de spierkrampen erop volgden. Ik mocht barsten, ik deed alles om niet te hoeven overleven. Want dat is dialyseren. Nog niet doodgaan.

Vorige week bloed geprikt voor de reguliere controle. Laat ik doen bij het 4-wekelijks infuus.

Er is een stofje in je bloed dat heel precies je nierfunctie weergeeft, creatinine. Het is een afvalstof die je spieren produceren. Bij gezonde mensen ligt de waarde ongeveer tussen de 50 en de 100. Dat red ik niet. Nu bleek het ineens ruim 160 te zijn. Dan gaan er alarmbellen rinkelen.

Ik werd gebeld door de nefroloog om opnieuw bloed te komen prikken; op zoek naar de oorzaak. De stress pakte me. Heel goed dat ze voor me zorgen en het strak in de gaten houden. Daardoor ben ik er nog altijd.

Ik heb nog wel eens wat. Ben blijvend onder controle bij UMCU. Mag, nee moet, bellen als er wat is, 24/7.

Er zijn gevaarlijke virussen en lelijke bacteriën die ik wil vermijden. Sommige mensen snappen niet waarom ik een eigen keukenhanddoek heb, of waarom ik niet in winkels kom, of op feestjes en begrafenissen, geen handen schud. Een winkelkarretje pakken en gedachteloos door m’n oog wrijven kan al funest. Alleen al door infecties lag ik sinds de transplantatie 6 weken in het ZH. Rottige weken en het kan evengoed misgaan. Ik vind het wel genoeg eigenlijk.

Ik weet dat mensen met hun handen door de vers afgebakken broodjes in de supermarkt graaien. Ze hebben geen idee. Of ze hebben het wel en het interesseert ze geen bal. Viezerikjes.

Mijn bloed werd getest op het BK virus. Berucht voor getransplanteerden. Was het gelukkig niet. De nierfunctie was zelfs weer herstellende.

Het is de spanning, ik moet er mee leren leven en ben daar niet goed in. Over 14 dagen de uitslag van een biopt van een plekje op mijn hoofd. Mogelijk huidkanker. Door medicijnen is de kans daarop groter. Het kan zomaar 5 tot 10 jaar goed gaan zei de dermatoloog. Ik ben 7 jaar onderweg. Het is meestal goed behandelbaar als je er op tijd bij bent.

Nu weekend en weer een beetje rust in m’n kop. Afkicken en mijn gedachten verzetten. Een kookprogramma kijken, of Formule 1. Ik mis alleen Zippo die naast me op de bank ligt.

 

Bank saldo

Het was nog geen juli en mijn vakantie zat er alweer op. Niks mis mee, al duurt de zomer dan nog wat lang. Je kan het maar beter gehad hebben, dan ben je weer wat dichter bij de volgende.

Als ik 14 dagen op vakantie ben begint de onrust na ongeveer een week. Naar huis gaan wordt met de dag aantrekkelijker. Ik geniet van het in een andere omgeving zijn en van de andere dagelijkse indeling. Het is een soort ingebouwde rusteloosheid.

Ik houd van een praatje maken met de locals. Al is het met handen en voeten. Duits gaat me goed af. De beperking zit hem in mijn fysieke actieradius. Van dat kletsen komt maar weinig terecht.

Dat is een bron van frustratie. Ik verzin oplossingen zoals een elektrische fiets. Dan neem ik die de volgende keer mee. Een rondje fietsen gaat prima en in het dorp staan bankjes voor hangouderen.

Maar eerst die lange zomer. De piepers moeten nog gerooid. De suikermais rijpt af. De uien liggen te drogen. Tomaten en komkommers bij de vleet. Genoeg te doen. Volgend jaar wil ik meer soorten tomaten. Oude rassen. In grote potten onder een afdakje. Het wordt een lang afdakje, ik wil veel tomatenplanten. Ik zet ze wat hoger, op een stelling. De grond in de potten vernieuw ik elk jaar. Dan kunnen ze steeds op dezelfde plek staan. Dat is biologisch helemaal verantwoord.

Het voordeel van de verhoogde bouw is dat ik er goed bij kan. Van planten tot oogsten. Het leukste is om planten te kweken uit zaden van tomaten die je zelf hebt geoogst.

En toch duurt deze zomer nog lang. Voor elk ‘probleem’ is er een oplossing. Ik wierp een blik op mijn banksaldo. Ik heb zin in nog een vakantie. Ik dacht: liever op vakantie dan dat het een bank saldo wordt. Geld waar je geen gelegenheid meer voor hebt om het uit te geven.

Ik heb voor een week geboekt, dan heeft de onrust geen kans, ik ben lekker even weg en de tuin heeft het nauwelijks in de gaten.

Het Gele Bankje

Ik ben benieuwd wie er een geel bakje in z’n tuin heeft. Moet je om te beginnen wel een tuin hebben. Binnen kan ook, ik heb wel eens een geel bankje gehad. Mooi geel. Er zijn niet zoveel gele bankjes. Daar mag iets aan veranderen. Méér gele bankjes! Ze zijn belangrijk.

Ik hou van gele bankjes, sinds kort. Ik zal je vertellen waarom.

Ik heb een moestuin, al jaren. Het is m’n lust en m’n leven. Ik ben geen Hendrik Jan de tuinman. Ik sta niet de hele dag rozen te snoeien met een strooien hoed op mijn kop. Mijn kruiwagen is wel behoorlijk versleten en het tuingereedschap is goed gebruikt. Voor een reclamefolder van tuingereedschap ben ik niet geschikt. Te veel zweet op mijn hoofd.

Met dat transpireren valt het wel mee de laatste tijd. Het zware werk lukt me niet meer. Daar helpen anderen mee gelukkig en nog voor hun plezier ook. Het zijn mannen en vrouwen die uitgezonden zijn geweest naar oorlogsgebieden; veteranen. Mensen hebben vaak geen idee wat zo’n uitzending met je kan doen. Ze beseffen nauwelijks hoe je er fysiek en mentaal gewond kan raken. Daarvan herstellen voor zover dat kan, is geen sinecure.

In onze moestuin groeien niet alleen onkruid en groenten. Er groeien ook mensen.

In de Hortus Invictus, zo heet de tuin, is ruimte om te zijn. Om jezelf te zijn. Letterlijk ruimte en ruimte voor je hoofd. Er is tijd om meer heel te worden.

De tuin, mijn stukje tuin hoort daarbij, is een initiatief Van Return to Base.

Sinds eergisteren staat er aan het begin van het pad naar de tuin een bankje. Een geel bankje. Het bankje staat symbool voor mensen die elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek raken. Om te durven jezelf te zijn. Bij het bankje is ook een Witte Anjer Perkje. Het symbool van respect voor veteranen.

De oorsprong van het Gele Bankje ligt bij de Invictus Games. De Invictus Games is een internationaal sportevenement voor militairen die in dienst van hun land gewond raakten.

Er kunnen niet genoeg Gele Bankjes zijn.

Linkjes van waarde:

https://www.facebook.com/returntobaseQPO/

https://returntobase.nl/

https://yellow-bench.com/

Check ook op Google Maps: “Yellow bench Hoevelaken”

 

Buitenstaander

Ken je dat? Dat de letterlijke betekenis van een woord ineens tot je doordringt? Het begrip ken je al een leven lang en dan…. Ik kan nauwelijks geloven dat ik er bijna 70 jaar over heb gedaan.

Ik zat in een tuinstoel, zo’n metalen rasterding, zwevende buizerds te bewonderen. Het viel me op dat de tuintafel al wat lichte sporen van roest vertoonde. De stoelen niet, die stonden er misschien nog niet zo lang? Hoewel, het waren buitenstaanders. Niet van die die naar binnen moeten voor ieder buitje.

Ik heb al de hele dag een tevreden gevoel over mijn ontdekking. Die is betekenisvol. Als je denkt dat je intussen alles wel weet kan je beter nadenken over wat je nog niet weet.

Ze komen niet meer langs de deur, de verkopers van encyclopedieën. Je hebt ze online en je hebt Wikipedia. Ik ben er een liefhebber van. Je vindt er oneindig veel en de linkjes naar gebruikte woorden en begrippen zijn bijna eindeloos.

Niet zeuren over AI, waar je alles aan kan vragen. AI op die manier gebruikt is dom op het stompzinnige af. Als je bijvoorbeeld vraagt of chocolade gezond is loop je een goede kans dat AI bijdehand aan je vertelt wat er op de site van een paar banketbakkers/chocolaterieën werd gevonden. Tuurlijk prijzen die hun waar aan. AI heeft geen idee. AI wéét niks.

Wist je niet? Misschien wat vaker Wikipedia raadplegen of mijn blog lezen. Zélfs ik ben nog niet te oud om wat te leren.