Levensgenieter

Op een terrasje zitten barsten van de kou, met een plons koud bier voor je neus. De ultieme vervulling van je grootste wens. Als het niet mag wordt alles leuk. Vanmorgen nog, 100km op de snelweg. En natuurlijk zin om het gaspedaal eens flink in te trappen. Hij kan makkelijk 200.

Ik zit te verlangen naar vakantie. Je kent het wel denk ik, het land met het copy en paste landschap. Asfalt tot de voordeur en gemaaid gras tot aan het asfalt. Het is er wel mooi groen want het regent er vaak. Kan je daarom zo lekker onnodig en overbodige boodschappen doen. Maar och, het is vakantie! Heb je weer lekkere chocolade voor de hele vakantie en voor maanden thuis. Met plaatjes van alpenweiden en koeienbellen erop.

Of toch naar Italië. Zou ik wel willen. Hebben ze een lossere levensstijl. Bevalt me wel. Ik ging echt van dat land houden toen ik ontdekte dat een liter rode wijn minder kost dan een pak melk.
Ik denk dat rode wijn gezond is. Dat zit hem minder in de stofjes die erin zitten, die neem ik er graag bij. Heeft meer te maken met die wat lossere levensstijl. Tegen achten een flesje wijn en een pizza op het terras voor m’n vakantiehuisje. En morgen is er een nieuwe dag een cappuccino en een glaasje wijn. Dat is wat anders dan om half zes de piepers opzetten, de gehaktballen braden en andijvie koken.

Mijn nieuwe nier heeft de Italiaan in mij wakker gemaakt denk ik. De levensgenieter. Misschien was de donor wel een Italiaan(se)? Ik ben me bewuster geworden van mijn drijfveren en impulsen. Van de eindigheid van alles. Op een positieve manier. Als ik nu niet durf te genieten, wanneer dan wel?

Ik heb iets met vakantie, als ik vakantie heb. Ik ga normaliter niet langer dan veertien dagen. Tien is al een boel. Na een dag of vijf van wijn, olijven, lekkere broodjes, taartjes en beleg genieten gebeurt er iets. Dan vind ik het terrasje voor m’n huisje eigenlijk wat klein. De matras van mijn bed is lang niet zo fijn als die van thuis. Ik moet oppassen met de zon. Eigenlijk eruit blijven. Maar die schijnt elke dag. En ’s avonds barst het van de muggen.

Ik kan niet zomaar naar huis, we hebben voor tien dagen geboekt en de anderen vermaken zich prima. Dus daaraan denken, laat staan erover beginnen kan niet. Ik mag niet naar huis.
Na zeven dagen wordt het verlangen bijna ondraaglijk. Als ik dan weer thuis ben wil ik weer op vakantie. Maar volgend jaar pas.

Ik houd niet van gekookte aardappelen en heb niks met andijvie. Doe mij maar een flesje wijn en een volkoren pizza ‘bodem in een steenoven bereid’ uit de Hoevelakense supermarkt. Terwijl ik verlang naar vakantie en geniet van alleen al de gedachte eraan.