Oogst

Het helpt als de zon schijnt. Een flinke regenbui op z’n tijd helpt ook.

Licht en lucht doen iets met je, ruimte, bomen en groen net als die regenbui. Wat is dat toch?

Blauw ook trouwens, een strakblauwe lucht boven een uitgestrekt strand. Wat golven op de zee het geluid van de zee, niks mooiers.

Ik heb al vaker gezegd dat Texel mijn favoriete eiland is. Je hebt er alle bovengenoemde ingrediënten. Als je de boot oprijdt, de zeelucht ruikt en het gekrijs van de meeuwen hoort dan ben je er.

Wandelen langs het strand doe ik niet meer. Naar Texel gaan ook niet. Ik koester mooie herinneringen. Tuurlijk, je kan zo’n dikke banden kar huren aan het strand. Moet je ook nog iemand vinden die je door het mulle zand wil duwen en dat dan nog leuk vindt ook. Dat is frustratie op wielen. Vooral voor mij.

Iets niet kunnen is niet erg, gewoon doen wat wel kan. Verder is het niet handig om de confrontatie aan te gaan met wat je niet kan.

Ik geniet op mijn manier van Texel, webcams. Ik ken de plekjes waar de camera’s staan. Tot en met de lammetjes op de schapenboerderij.

Storm, hoog water, zomers een bomvol strand. Loop even vijf minuten door langs de vloedlijn en je hebt het strand voor jezelf. Prima dat de meeste mensen ervoor kiezen om boven op elkaar te zitten. Van de drukte op het strand zal ik geen hinder hebben.

De zon heb ik bij voorkeur in mijn hoofd schijnen, niet erop.

Voordeel daarvan is dat je er invloed op hebt. Ik zat vanmorgen in de keet op de moestuin, samen met Bart en Peet. De mannen waren aan het spitten, tijd voor een bakkie. Door de hoge benzineprijs nemen we de koffie mee van huis. Even het aggregaat laten draaien voor een bakkie is een te dure grap.

Ik had nog zo’n vijftig aardappelpoters over. Kan je twee dingen doen, ze weggooien, of gewoon nog een stukje omspitten. Dat laatste dus.

Dat kan zo met van alles, ook in je hoofd. Ook in je hoofd zijn er perceeltjes waar het gras hoog staat en waar onkruid groeit. Even omspitten en er iets planten. Laat de zon schijnen in je hoofd en laat het af en toe regenen, voor een goede oogst.

Duits

Ik denk na over wat ik zie en ervaar en over wie ik ben. Ik ben me er meer bewust van dan ooit dat er een reden is voor hoe ik dingen doe en waarom. Je bouwt een referentiekader op vanaf dat je heel klein bent. Zelfs allerlei onbewuste impulsen van toen je nog piepklein was en zelfs van toen je nog niet geboren was spelen een rol.

Je ervaringen en je leefomgeving in je kinderjaren kunnen je sterk beïnvloeden.

Je ontdekt ook dingen die je worden meegegeven als hoe het is en hoe het hoort die niet stroken met wat jij zelf voelt en denkt. Kinderen hebben haarfijne antennes voor waar het verhaal gekleurd is of niet klopt. Vaak is je omgeving eensgezind en wordt er verwacht dat jij daarin meegaat. Ik ben wat dat betreft wel tegendraads. Ik kreeg dan ook vaak te horen dat ik het nog wel zou leren. Dat is tot op heden nog niet het geval gelukkig.

Als je fan bent van een voetbalclub, dan is het niet gek dat anderen in jouw omgeving dat ook zijn. Goede kans dat je een fan van Ajax bent als je een Amsterdammer bent.

Religieuze omgevingen zoals kerken bestaan voor het grootste deel uit nazaten van leden van zo’n kerk. Je krijgt het met de paplepel ingegoten. Ik las onlangs dat mensen die zich van een kerk los hadden gemaakt het betitelden als een langdurig impregneringsproces.

Hetzelfde kan gelden voor politieke overtuigingen of hoe je naar andere mensen kijkt. Zeker als ze niet een kopie van jou en jouw cultuur zijn.

Als je je er bewust van bent dan kan dat je een vrijere en ruimere manier van denken geven. Letterlijk bevrijd. Eerlijker ook denk ik.

Ik was een week geleden op vakantie in Zuid-Duitsland, Baden Württemberg. Even eruit op een prachtige locatie en met stralend weer. Wat wil je nog meer?

Onze oudste kleinzoon was mee. Het was in het begin een beetje een spannende onderneming voor hem, want de eerste keer op zo’n lange reis met de auto. Hij wist niet goed wat hij kon verwachten. Het resultaat overtrof al zijn verwachtingen.

Ik voel me aangetrokken tot het Duits. Niet door de lessen op school, ik was er geen ster in. Wel door mijn verlangen om het land en zijn bewoners te leren kennen door het beheersen van de taal. Mijn grootouders woonden in de Achterhoek tegen de Duitse grens aan. Aan weerszijden van de grens spreken ze vrijwel hetzelfde dialect. Het zaadje is waarschijnlijk daar ergens geplant.

Ik volgde Duitse Krimi’s en de Nachrichten op tv en keek reclame tot ik een ons woog. Zo heb ik me het Duits eigen gemaakt.

In het Zwitserse Berner Oberland, waar ik regelmatig kwam spreken ze Duits. Ik had daar vrienden. Zo leerde ik het beter verstaan en het spreken, op mijn manier. Grammaticaal deugt er niet veel van, maar wat doet dat ertoe? Ik kan prima met Duitstaligen communiceren, Duits lezen gaat moeiteloos. Ik geniet ervan.

Ik kan een lang verhaal kort maken, mijn kleinzoon verwoorde het mooi toen mijn dochter hem ’s avonds na onze vakantie weer naar zijn eigen bed bracht. Hij zei: ik mis Duitsland nu al.