Bramenblaadjes thee

Piep is een muis die niet zo gehecht is aan vastigheid. Natuurlijk moet je wat eten af en toe en heb je soms afspraken in het bos. Dat soort vastigheid is onvermijdelijk. Altijd alles hetzelfde doen en een vaste dagindeling hebben is wat anders vindt Piep. De dingen laten gebeuren is veel fijner.

Maar zeggen sommige grijze muizen, als je je verveelt dan komt dat toch omdat er helemaal niks gebeurt? Dan is het beter dat je een vast patroon hebt en dat volgt. Dat vinden ze fijne vastigheid. Piep ziet dat anders. Juist die fijne vastigheid maakt volgens hem dat er precies nooit wat gebeurt. Daar laat je op die manier de ruimte niet voor.

Diezelfde grijze muizen hoor je ook vaak zeggen: nee, ik heb geen tijd ik moet nog dit of dat. Dan verschijnt er een sardonisch lachje op Piep zijn snuitje, zijn oogjes glimmen en hij weet nog zekerder dat al die vastigheid niks voor hem is.

Hij is al lang gestopt met proberen het uit te leggen. Al die vastigheid zet de gebeurtenissen op slot. Er zijn ontzettend veel dingen die graag willen gebeuren. Geef ze de ruimte, zegt hij.

Er zijn dingen die Piep ook vaker doet, maar dan niet omdat het moet of omdat het vastigheid geeft. Het zijn genietdingen. Een van die dingen doet hij als het herfstig wordt en al vroeger donker. Als de late zon nog even door de al gekleurde bladeren schijnt over het huisje van Piep en Tintje. Je moet in het bos dan al een lichtje aandoen en de kachel stoken. Als de zon onder gaat voel je dat het snel frisser wordt.

Tijd om te genieten. Op de kachel staat een pot bramenblaadjes thee te trekken. In het voorjaar als de bramenstruiken uitlopen plukt Tintje de jonge groene blaadjes van de nieuwe uitlopers, die zijn het lekkerst. Heerlijk zacht van smaak. Ze droogt de blaadjes en bewaart ze zorgvuldig voor later.

Piep en Tintje leven met de natuur en eten en drinken van wat het seizoen ze geeft. Dat is niet een levensstijl, het is wie ze zijn.

Piep slurpt zachtjes zijn thee uit een eikeldopje. Tintje warmt haar voorpootjes aan haar dopje thee en geniet van de heerlijk geur. Hun achterpootjes worden lekker gewarmd door het zacht snorrende kacheltje. Wat wil een muis nog meer zucht Piep genietend.

Helemaal Piep

Piep staat in zijn moestuin, hij heeft die tuin al bijna twintig jaar. Wat is er mooier en leuker dan zelf groenten verbouwen? Hij heeft ook aardappels en er staan appelboompjes. Elstar appels waar hij samen met Tintje elk najaar appeltaartjes van bakt.  Er zijn zoveel appels dat hij ze uitdeelt aan de andere muizen, die bakken dan hun eigen appeltaart of pannenkoeken met appel of bewaren de appels als wintervoorraad.

Aardappels, kool, wortels en bietjes. Je kan heel veel lang goed houden in de winter. In kistjes met zand, of je kan ze in een kuil doen, eerst een laag droge bladeren erin, dan de wortels, de aardappels of de bietjes. Dan nog een laag droog blad en tenslotte een goeie laag aarde eroverheen. Zo blijft alles beschermd tegen de vorst en goed tot in het voorjaar.

Piep houdt van het tuinleven en het zware werk in de moestuin. Het geeft je goedgevoelstofjes, net zoals Tintje dat ervaart na het hardlopen. Door het sjouwen en spitten al die jaren heeft hij  nu veel last van zijn rug. Eigenlijk zoveel dat het werken in de moestuin niet meer gaat.

Dat voelde uitzichtloos. Met pijn in het hart overwoog Piep om er mee te stoppen. Een broer van Piep dacht daar anders over, ‘ik ga je helpen’ zei hij.

Zo gezegd, zo gedaan. Een andere goede vriend wil ook  graag helpen, ‘we doen het samen dat vind ik leuk’. Deze dingen kan je niet plannen of sturen. Gelukkig maar.

In plaats van een best verdrietige manier om te moeten stoppen met de moestuin, maken Piep en zijn tuinmuizen maatjes nieuwe plannen voor volgend seizoen. Er zijn genoeg winterklussen zoals het repareren van de omheining en er is veel achterstallig tuinwerk, er moet flink gespit worden. Alles op z’n tijd en stap voor stap. Het plezier zit in samen werken en samen zijn.

Piep is weer helemaal Piep. Je kan nog zo positief zijn, af en toe zit het tegen. Dat hoort bij het leven, er weer bovenop komen ook. Nooit vergeten om weer op te staan.

Een moestuin zit tussen je oren zegt Piep altijd. Het brengt je dichtbij de wezenlijke dingen. Als een klein zaadje uitgroeit tot een eetbare plant en je je verwondert. Als 1 pootaardappeltje wel een kilo nieuwe aardappels geeft. Piep laat doorgeschoten groenten staan om te bloeien, daar doe je vlinders, bijen en hommels goed mee. En je kan daarna de zaden oogsten voor nieuwe planten in het volgend jaar. Een bloeiende andijvieplant wordt bijna een meter hoog en zit vol met prachtige donkerblauwe bloemetjes. Piep geniet.

Een stomme schooltas

Als je negen bent, dan duren zomervakanties eindeloos. Gelukkig maar. Als je ouder bent kan vakantie ook erg lang duren.

Als ik bloeiende rozenbottels ruik, dan denk ik aan het begin van de grote vakantie. Er zijn niet meer zoveel rozenbottelstruiken. Ik zou eigenlijk niet weten waar ze nog staan. Vroeger stonden ze overal, ook naast en rondom de lagere school. Vandaar mijn associatie.

Er zijn wel meer van die herinneringen, ik had een echt stomme schooltas nog van voor de oorlog. Niemand had zo’n achterlijke tas. Het ding moest zelfs mee naar de middelbare school tot ik het verdomde om er nog langer mee rond te lopen. Het was zonde om een nieuwe te kopen.

Het waren van die ‘na de oorlog’ dingen’, zoals een boterham met tevredenheid als ik weer zo dom was om bij mijn buurjongetje tussen de middag te gaan eten. Zo’n huis waar het altijd naar komkommer rook en de wc niet schoon was.

Die boterham was er eentje met niks erop, pas daarna kreeg je er eentje met schamel beleg. Ik heb honger mocht je niet zeggen, dat moest zijn ik heb trek. In de oorlog hadden ze honger.

Met de verdomde oorlog werd je dagelijks ingezeept. Met uit de duim gezogen heldenverhalen.

Op vakantie in nota bene Zwitserland kreeg je ‘melk’ van aangemaakte melkpoeder uit de overgebleven noodpakketten, van na de oorlog. De rare zakjes melkpoeder hadden al jaren op een kast in een van de slaapkamers gelegen. Net als de biscuit die je lekker moest vinden.

Ik kan ze nog voor me zien die pakjes melkpoeder, eenmaal aangemaakt met water en de meeste klonten er met de garde uitgeklopt kreeg het een blauwige waas en het rook en smaakte smerig. Kreeg je een klap voor je kop als je zei dat je het niet lustte.

Natuurlijk is oorlog niet leuk, maar jezelf wentelen in een slachtofferrol met heldhaftige onderduikersverhalen was een flagrante  leugen. Een hele gemakkelijke.

De rest van je leven afgeven op Duitsers hoorde er ook bij. Wel elk jaar over hun Autobahn naar Zwitserland rijden. Als er in de oorlog dingen niet klopten, laten we het dan eens over Zwitserland hebben.

Mijn belangstelling en interesse voor Duitsland, de Duitse taal en de bewoners is daar ontstaan. Ik wilde weten hoe het echt was. Wie en wat die mensen werkelijk zijn, dat is aardig gelukt. Mijn favoriete vakantieland is Duitsland. Ik voel er een diepe verbintenis mee. Mijn roots liggen in de grensstreek, dus dat is misschien niet zo gek.

Er is een patroon, waarin mensen een leven lang een verhaal ophangen waarvan ze weten dat het niet correct en niet eerlijk is en dat het ten koste van anderen gaat. Ik probeer het te begrijpen, psychologisch is het vast verklaarbaar.

Kennelijk is het belangrijker om een positief imago van jezelf te veinzen, dan om eerlijk en oprecht te zijn. De werkelijkheid is dan schadelijk voor het eigen welbevinden en heel vaak voor de goede verhouding met van wie je afhankelijk bent.

Laat je niet tegenhouden in het eerlijk kijken naar andere mensen. Wen je aan om zelf te kijken en te zien wie ze zijn. Mensen zijn veel mooier dan sommigen je willen doen geloven.

 

Acht jaar donornier

Zeven jaar geleden schreef ik de volgende blogpost:

Biodre.nl/nieuwe-verjaardag

Vandaag is het alweer 8 jaar geleden dat ik een nieuwe nier kreeg. Hij/zij doet het goed. Van een post mortale donor weet je niet wie de donor is. Mijn dankbaarheid is niet minder groot.

Mijn nier doet het beter dan ooit. Ik kreeg hem al na 4 maanden dat ik bij Eurotransplant was ingeschreven, dat is heel erg snel. Dat kan alleen als de nier bijna perfect bij jouw lichaam, je weefseleigenschappen past. Dan geldt niet de wachtlijst, maar het niet geringe voordeel dat de kans dat de nier het goed doet heel groot is. Dan kan het ook met minder zware medicatie en is de verwachting van de termijn dat hij goed blijft werken groter. Dat is tegelijk ook een financieel voordeel. Denk aan minder zorg en complicaties, maar ook aan het langer niet hoeven dyaliseren. Als je zoals ik 70 jaar of ouder bent krijg je niet nog eens een donornier. De verwachting en mijn hoop is dat het nog lang goed mag gaan. Zeker weten doe je het niet.

Ik kan wel elke dag genieten van het leven. Dat geldt ook als je geen donornier hebt natuurlijk!

Mooi hè?

Religieus extremisme

Het zou niet nodig moeten zijn een titel als deze voor een blog over de positieve dingen in het leven.

Ik had liever geschreven over een barmhartige Samaritaan. Dat is het beeld dat indruk op me maakte toen ik klein was. In een hardcore gereformeerd gezin opgroeien was niet fijn. Nadenken werd er vervangen door blinde regelgeving en straffen. Die regelgeving was de status van mijn ouders “kijk eens hoe goed wij het doen’. Mishandeling en misbruik waren de verborgen werkelijkheid. Als de buitenwereld maar zag hoe goed en gelovig ze waren.

Ik deugde niet, ik was ondankbaar en niemand begreep daar iets van. Er waren ongetwijfeld mensen die wisten en zagen dat het niet klopte. Iedereen bleef stil. Veel mensen werden om de tuin geleid door gemene vrome leugens.

Ik heb mijn bedenkingen bij het beperken van het gebruik van internet door jongeren, het probleem zit niet alleen maar daar. Het zit met name bij  mensen achter bedrijven die foute content maken en beschikbaar stellen. Het is een ethisch probleem dat wordt ontkend.

Denk bij foute content niet alleen aan gewelddadige dingen, manipulatieve politieke en -religieuze zaken zijn net zo erg. Hier spelen ook conservatieve christelijke doctrines een kwaadaardige rol. Zie wat de USA beweegt op dit moment.

De huidige dramatische afname van homo-acceptatie wordt gevoed vanuit de politiek en daarmee weer door religieus extremisme, in ons eigen land.

Drones financieren om kolonisten uit Israël te helpen hun gestolen land verder uit te buiten en uit te breiden is misdadig. Welke religie je er ook op na houdt. Toch zijn er in Nederland enkele honderdduizenden zichzelf christen noemend die menen dat het goed is, opdat het beloofde land werkelijkheid wordt. Genocide in opdracht van god is geen probleem en we laten het gebeuren. Gruwelijk.

Moreel en ethisch gezien is er niets dat het kan rechtvaardigen. Maar daar worden deze mensen niet door gehinderd. Hun belang in het verkrijgen van een plekje in de hemel is de stuitende rechtvaardiging, zij zijn uitverkoren. Ik voorspel ze een andere afloop. God is niet gek.

Ik denk dat god een taak voor ze in gedachten heeft; het eeuwig verzorgen en dienen van hun slachtoffers. Een hemelse oplossing.

Tot die tijd kunnen we ons uitspreken en tegenkracht vormen. Dat is een morele taak.

Thuiskomen bij jezelf

Je kan bij iemand thuis op de koffie of de thee komen. Er zijn kleine reservewielen voor je auto, thuiskomertjes. Je hebt je eigen huis. Dat is thuis. Een vertrouwde plek. Na een paar dagen in mijn comfortabele vakantiehuis voel ik me er thuis.

Wat is thuis? Ik ontdekte deze week mijn echte thuis. Als of ik er al mijn hele leven woonde en dat is ook zo. Moet het dan zolang duren voor je dat ontdekt? Ik weet niet of er en bepaalde tijd voor staat, wat ik wel weet is dat voor sommigen een heel leven nog niet lang genoeg is.

Is het geografisch bepaald, thuiskomen bij jezelf? Zijn het alleen omstandigheden? Ik weet het niet. Kan maar zo zijn dat als ik na mijn vakantie weer thuis ben dat het niet meer lukt. Of ben je dan al voorgoed thuis bij jezelf.

Niet dat het helpt om dan maar de wereld rond te reizen om die plek te vinden, integendeel. Het jezelf stellen van doelen, van alles nastreven en het willen opdoen van spannende ervaringen is van deze tijd. Maar niet bevorderend voor thuiskomen bij jezelf.

Het is niet iets wat je doet het overkomt je.

Als je de luiken in je hoofd open zet  om naar binnen te reizen, dan gaat het er op lijken. Verder doe je helemaal niets. Rustig zitten en niets hoeven, niet denken aan wat er allemaal nog zou moeten. Er moet helemaal niets.

Het is niet een therapie, geen recept, geen behandeling.

Omstandigheden helpen je, mijn omstandigheden zijn dat ik vaak moet gaan zitten. Het zit ergens in dat laatste zinnetje in het ‘moeten’.

Toen ik voelde dat het goed was zoals het is bedacht ik: dit bén ik.

Even koffie halen en weer terug naar het plekje op mijn terras met kilometers zicht. Weidsheid, zonder wegen, geen huizen, een dorp in de verte waarvan je maar net een kerktoren kan zien. Verder niets.

Noem bomen, struikgewas, wind en wolken, vogels en zon maar niets.

Weten, voelen en stilstaan, stil zitten in dit geval bij de natuurlijke dingen. Rust in mijn kop en voldoening ervaren. Er vrede mee hebben en er blij mee zijn is thuiskomen bij jezelf.

Ga nu niet allerlei tochten in de natuur op je verlanglijstje zetten, doe die bucket list maar weg.

Vind een plek waar helemaal niks gebeurt in de zin van wat er allemaal zou moeten gebeuren. Laat het je overkomen.

Piep denkt na

Piep zit voor zijn huisje van walnootdoppen een beetje uit de zon. Muizenhuid kan vrij snel verbranden vooral hun neus is gevoelig. Tintje heeft er wel een middeltje tegen van gekneusd eikenblad. Een nadeel is de doordringende bosgeur ervan en het plakt een beetje. Een muis ruikt toch altijd naar boslucht? Dat is wel zo zegt Piep, maar soms is genoeg boslucht wel genoeg. Daarom gaat hij liever in de schaduw zitten.

Voordeel van in de schaduw zitten is dat je regelmatig op een ander plekje moet gaan zitten want de zon zoekt je op. Dat is goed voor de afwisseling, af en toe een andere kijk op het bos.

Dan kan je toch beter door het gaan bos wandelen? Niet als je het bos wil beleven vindt Piep. Als je een poosje stilzit en alleen kijkt en luistert, dan ga je zien dat het bos leeft. Het bos gebeurt.

Dat is met veel dingen waar je anders aan voorbij gaat. Het is zoals praten met iemand. Als iemand zegt dat het regent en jij antwoord: dat is goed voor de tuin dan ben je gauw uitgepraat. Luisteren is dan net zoiets als kijken. Stilstaan bij wat je hoort. Zit die ander misschien al een paar dagen binnen omdat naar buiten gaan even niet lukt? Dan kan het zomaar zijn dat die heel graag in de regen zou lopen.

Hé Piep, ben je in gedachten verzonken vraagt Tintje. Ja, zegt Piep ik kan in gedachten heel veel doen en vooral zijn. Dan is het lekker als je gisteren het hoge groen om je huisje hebt gemaaid en vandaag je zere pootjes een beetje rust geeft. Het groen ligt te drogen in de zon om straks de matrassen mee te kunnen vullen en om tochtgaatjes in het huisje af te dichten als het kouder wordt.

Tintje zwaait nog even als ze om de hoek van het huisje loopt. Ze gaat kruiden zoeken met haar vriendinnen. Hij kijkt haar na als ze over het muizenpaadje loopt. Ze hoort bij het bos, ze is het bos. En hij zelf natuurlijk ook.

Piep verzinkt weer in gedachten, hij is van een altijd bezige doener meer een denker geworden en dat op zich bevalt goed. Hoewel, dingen doen blijft nog altijd heel fijn, maar als je wat meer last krijgt van je pootjes verschuift het vanzelf meer richting denken.

Dat zijn pootjes wat minder zijn maar zijn geest nog haarscherp is beter dan het omgekeerde vindt Piep. Dan kan je tevreden zijn.

Morgen neemt hij weer een paar druppels van het kruidenelixer dat Tintje voor hem heeft gemaakt, dan kan hij het gedroogde gras en kruiden rond het huisje in bundels binden en op de zolder opbergen. Alleen al daaraan denken is fijn.

Braadworst

Als je roots in de Achterhoek liggen in een plaatsje dicht tegen de Duitse grens aan dan is braadworst je niet onbekend. Het heet daar frisse worst. Voor de buitenstaander: verse worst.

Ik koop het tegenwoordig  bij de Jumbo en het komt redelijk in de buurt. Bij de slager in het dorp hebben ze geen idee, wel fel roze gekleurde saucijzen.

Ik koop als het kan de braadworst in een Duitse supermarkt. Als ik dat doe in de buurt van waar de Achterhoek ligt dan komt het goed. In het zuiden van Duitsland waar ik een paar keer was afgelopen jaren kennen ze het niet op die manier, daar hebben ze weer hun eigen worstspecialiteiten. Niet de grobe Bratwurst. Ik ga binnenkort op vakantie in Hessen. Daar hebben ze het ook!  Ik heb online gezocht bij de lokale supermarkten en slagers.

Je braad de worst goed aan in de boter, scheutje olijfolie erbij kan. Ik prik er gaatjes in om te voorkomen dat de worst barst. Ook om het teveel aan vocht eruit te krijgen. Dan is het eventueel overblijvende stuk koude worst nog lekkerder op je brood de volgende dag.

Doe na het braden pas op het laatst een scheutje water erbij en de deksel dicht, nog 10 minuten zachtjes garen.

Het kan ook in je winterse erwtensoep. Kook de braadworst mee in de soep. Niet eventjes, maar trek die een paar uur samen met het Eisbein  (varkensschenkel) van anderhalve kilo voor de bouillon. Maak niet de vergissing dat je de spliterwten in de bouillon laat zwellen. Ik doe dat in water de avond van te voren. Ze slurpen anders je heerlijke bouillon op en dat wil je niet. Koop de schenkel in Duitsland of in de Achterhoek of ergens in het oosten van het land, daar weten ze nog dat het goed moet zijn.

We hadden het over braadworst. Je zou er een gedicht over kunnen schrijven.

Ik doe de plakjes koud op mijn volkoren Spelt boterham. Genieten van kwaliteit.

 

Als warme broodjes

Wat is er lekkerder dan een verse croissant of een nog warm Kaiserbroodje als je toch boodschappen doet in de supermarkt? De heerlijke geur van versgebakken brood. Er liggen bakken vol en je kan ze zelf pakken.

Nog wat salami en een lekker Frans kaasje erbij. Een zakje rucola misschien, of gemengde sla. Voor de lekkere trek, want het is nog lang geen 12.00 uur, bij de viskraam een broodje gerookte zalm. Meer is niet nodig om je dag te maken met een uitgebreide lunch. Fijn om zo te genieten. Ik koop op de markt nog een pond belegen boerenkaas, een stukje camembert en verse walnoten.

Het kan niet meer kapot. Hoewel dit feestmaal zou wel eens mijn laatste kunnen zijn.

Waar jouw afweersysteem schijnbaar moeiteloos de plooien van een infectie of een potentiële  voedselvergiftiging gladstrijkt kan die van mij dat niet. Als er iets mis is dan merk jij dat in de meeste gevallen nauwelijks of niet. Redelijke kans dat al die heerlijkheden smetteloos zijn, maar ook een goede kans dat het niet zo is.

Salami en andere gedroogde worstsoorten zijn rauw vlees. Bacteriën en virussen die er al in aanwezig waren (die zitten al in het dier nog voor het geslacht wordt) zitten er nog steeds in. In een stukje leverworst of in een plakje paté, zit in 70% van de gevallen actief hepatitis-B virus.

Wat er in en aan de broodjesbakken zit wil je niet weten. Bedenk wat er aan al die handen zit die er in rondgrijpen om het beste broodje te bemachtigen.

Daar zijn die tangen toch voor om een broodje mee te pakken? Dat klopt, jouw supermarkt is verplicht om die er neer te leggen, maar daar houdt de verplichting op en kan het graaien beginnen.

Ik haal mijn broodjes bij de bakker, daar kan alleen de bakker zelf aan zitten en er wordt hygiënisch gewerkt. Ik eet Vega-paté en zelfs Emmentaler en Gruyère, maar dan in een kaassausje dat ik zelf maak en goed verhit, lekker! Mijn haring komt uit een blikje. Kaas van gepasteuriseerde melk is OK.

Over de kant en klare zakjes sla hoef ik je niets uit te leggen, lees de kranten of volg het nieuws. Als het weer eens mis gaat zijn er meestal maar enkele sterfgevallen op de duizenden besmettingen. Gelukkig zijn de meeste mensen die in die zin kwetsbaar zijn erg voorzichtig. Een kleiner aantal is dat niet of onvoldoende of is onwetend.

Als je weet wat de gevolgen kunnen zijn van het eten van dingen die je niet zou moeten eten, dan is het niet moeilijk om er van af te blijven.

Mij hoor je niet klagen, ik houd van het leven én van lekker eten en dat wil ik allebei graag nog heel lang  doen.

Als je nu weer eens voor die bak met verse broodjes staat, denk dan aan mijn blogje.

Smeerwortelgier

Ken je dat, levertraan op een lepeltje met suiker? Het spul is smerig, nergens goed voor en je tanden vielen vanzelf uit je mond want poetsen was er niet bij. Iedereen van rond de veertig had een kunstgebit. Best handig, nooit meer gaatjes.

Het verzet tegen fluor als toevoeging aan kraanwater was groot. Stel je voor, je gebit zou er wel bij varen maar dit was gevaarlijk. Wappies zijn van alle tijden. De woonkamer blauw zetten met sigarettenrook was ok. Op je werk meeroken moest kunnen, je moet niet zo zeuren. Ik zie nog die sacherijnige koppen als ik in de winter het raam open zette. Mijn lerares Nederlands vervloekte me bijna letterlijk omdat ik niet netjes schreef en ze rookte 3 peuken in het uur, met de ramen dicht en 30 man in een piepklein klaslokaal. Het was een christelijke school vol van naastenliefde.

Smerige dingen waren er altijd al, ook nu. Maar er zijn ook gezonde smerige dingen. Nu niet gelijk blij worden en denken van ha,  nu kom ik een keer aan bod.

Ik wil het met je hebben over smeerwortelgier, dat klinkt vies en dat is het ook. Het stinkt tegen de klippen op. Als je al een associatie hebt met gier, dit overtreft alles. En toch is het prima spul en je gaat ervan genieten.

Smeerwortel is een prachtige vaste plant, hommels, vlinders en bijen zijn er gek op. Geef het de ruimte in je moestuin. Ze wortelen diep en halen goede mineralen uit de bodem, met name kalium. Dat is hun natuur.

Er zijn fabrieken die met gebruik van enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen ook iets produceren dat natuurlijke mineralen moet vervangen; kunstmest. De naam alleen al. Jouw vertegenwoordigers bij de overheid steken miljarden in het subsidiëren ervan. Voor een goed betaald baantje na hun politieke carrière. De stank ervan wordt verpakt in mooie praatjes en leugens.

Hoe het wel moet is werken mét de natuur.

Smeerwortelgier dus.

Een recept voor stank en heerlijke tomaten. Tomaten bevatten van nature veel kalium, dat is een essentieel mineraal en goed voor je gezondheid. Voor de groei van mijn tomatenplanten gebruik ik smeerwortelgier.

Je maakt het door een emmer driekwart vol te stampen met blad en stengels van de smeerwortel. De plant groeit snel aan, je kan hem rustig twee keer per jaar snoeien. Je vult daarna de emmer met water en zet die twee weken buiten op een zonnig en rustig plekje. Rustig omdat je er even bij uit de buurt moet blijven. Fermentering en verrotting doen hun werk, elke dag even roeren. Als het gisten en schuimen stopt is het klaar. Kalium en andere mineralen zijn vrijgekomen en opgelost in het water. Dit heksenbrouwsel verdun je 1:10 met water. Je tomaten kunnen niet wachten. En ja, er zit een luchtje aan. Denk eraan als je in een lekkere tomaat bijt. En proef dat het goed is.