Balletje voor de hond

Ik kocht van de week een balletje voor de hond. Zo een van bijtvast rubber met een lus eraan. Kan je hem makkelijk wegslingeren en er is niks leukers voor je hond dan het terug te brengen.

Ik had eerder een hond en ook een hondje. Ik vergeet ze nooit. Naaste familieleden waren uit nalatigheid de oorzaak dat ze werden doodgereden. Een klein vuilnisbakkenrasje en een prachtige Dobermann. Het waren mijn honden.

Ik heb allang geen hond meer. Wel vrienden op de tuin met een hulphond.

Maar dat balletje dan? Het ligt hier al een week op de tafel en is aanleiding voor vragen. Daar geniet ik stiekem een beetje van.

Ik leg het je uit.

De mevrouw in de dierenwinkel zei na dat ik het had toegelicht niet begrijpend: oh, ze gebruiken ze overal voor.

Mijn maat snapte het gelijk, je gebruikt hem voor een sloping wire?

Het verschil is dat ik niet een oorlogsgebied zit, maar dat het voor mij een hobby is. Hij kent het uit de noodzaak om een radioverbinding te onderhouden, waar je ook zit. Een meter of 20 draad, je mikt het aan het balletje in een boom of uit een hoog gebouw en je hebt een prima antenne voor de kortegolf.

Ik had jaren zo’n langdraadantenne van de zolder naar de tuin en vise versa. Aanvriezende natte sneeuw maakte dat hij brak. Je hebt een soort transformator nodig om het radiosignaal om te zetten naar de coaxkabel richting de radio. Mijn buurvrouw vroeg al eens of dat dingetje een camera was.

Kortegolf is geschikt voor wereldwijde radio-ontvangst van zenders met een relatief klein vermogen. Is een technisch verhaal dat ik je bespaar. Een bijzonder detail wil ik je niet onthouden. Zonnevlammen, gigantische uitbarstingen van geladen deeltjes op de zon zijn van positieve invloed op je ontvangst. Ze veroorzaken bijvoorbeeld ook het noorderlicht.

Natuurkunde is mooi. Daar dacht ik op school wel eens anders over.

Maar op internet kan je toch horen wat je wil? Wel veel maar veel ook niet en dit is veel leuker, het werkt ook als internet niks meer doet. Veel mensen en organisaties in door hun regering of belegeraars onderdrukte gebieden gebruiken kortegolfradio om de rest van de wereld te bereiken. Vliegtuigen, radioamateurs, militairen en ook christelijke zenders gebruiken de korte golf. Je kan luisteren naar wat je wil natuurlijk.

Ik lees net dat de BBC World Service de komende jaren op een flinke extra bijdrage van de Britse regering kan rekenen. Om wereldwijd de ontvangst van nieuwsberichten voor iedereen mogelijk te blijven maken.

Binnenkort mik ik de antennedraad vanaf de zolder de tuin in. Eens horen wat er allemaal nog te ontvangen is. Hopen dat de zonnepanelen van de buren niet te veel storing veroorzaken.

De hof

Vroeger was alles beter. Je onthoudt de goede dingen beter dan de dingen die je liever zou vergeten. Zo gaat dat met vroeger.

Ook in het nu is het fijn om niet steeds bezig te zijn met de gratis rottigheid waar je elke dag van wordt voorzien. Kijk even naar het NOS-journaal als je denkt van waar heeft hij het over. Geldt ook voor je persoonlijke leefomgeving.

Je kan bijvoorbeeld op yoga-les of mindfulness training, of gewoon doen of je gek bent. Dat laatste wreekt zich op den duur.

Heb je dan iets aan vroeger? Ik denk het wel. Het kan je iets vertellen over hoe je langer geleden de dingen beleefde. Wat je als klein nog onbevangen mensje meemaakte is waardevol. Het heeft je mede gevormd voor de rest van je leven. De negatieve kant ervan bestaat ook.

Ik vertel je over de positieve kant. Je weet dat ik iets heb met moestuinen en vooral wat er in zo’n tuin tot je verwondering allemaal gebeurt. Als je er helemaal niks doet in je moestuin dan groeit er van alles. Dat is een wonder op zich. Een door velen geminacht wonder, want onkruid en dat hoort niet. Ik ben allergisch voor wat anderen vinden wat niet hoort.

Mijn opa was boer, om rond te komen werkte hij later ook in een meubelfabriek. De boerderij opgeven? Nooit, ik snap dat.

Toen ik een klein boefje was had hij een gemengd boerenbedrijf. Met vijf koeien een paar zeugen, biggetjes, kippen, konijnen en natuurlijk regelmatig een paar kalfjes. Koeien geven geen melk als ze geen kalfjes hebben. Hij was daarnaast loondorser, in het seizoen werkte hij bijna dag en nacht.

Hij had een moestuin, niet uit liefhebberij zoals ik. Om van te leven. Ik kan hem niet meer vragen wat hij allemaal wist en ik nooit zal weten over een moestuin. Het heet nu biologisch en dat is allesbehalve iets nostalgisch.

‘s Avonds voor het avondeten kreeg ik een schoteltje en een aardappelmesje mee naar de hof, zo heet een boerenmoestuin in de Achterhoek, om de toppen van de uienplanten te snijden. Als ik er genoeg had en de geur van vers uienloof was overal bracht ik het naar de keuken. Mijn oma sneed het loof in ringetjes. Voor over de gebakken aardappelen. Een typisch Achterhoeks gerecht, gebakken aardappelen met ui.

Het loof van de uienplanten groeit door en je kunt er vaker van oogsten zolang het groen is. Als je zelf uien hebt liggen die beginnen uit te lopen, dan kan je de groengele topjes gebruiken in de sla, op je broodje gezond of natuurlijk bij de gebakken piepers.

Je kan ook de uitgelopen uien in je tuin planten of in een pot, dan kan je vaker oogsten. Maak een kuiltje in losse grond en plant de ui daarin zodat niet meer dan een kwart van de ui in de grond zit. Het grootste deel dus boven de grond.

De hof op de boerderij en alles wat daar groeide heeft bij mij het moestuinzaadje geplant.

 

Piep en de zon

Piep ligt peinzend op zijn rug, op zijn bed van droge blaadjes. Ver genoeg van de kachel en toch zo dichtbij dat het precies comfortabel is zonder door de weldadige warmte in slaap te vallen.

Nadenken is fijn. Het kan bijna altijd en overal. Het liefst in een rustige omgeving. Veel muizen vinden nadenken maar zonde van de tijd, ze doen het dan ook niet. En dat merk je.

Piep overweegt om zijn huisje van twee geschakelde notendoppen duurzamer te maken. Op een manier zodat het ‘s ochtends als je opstaat nog lekker warm is, zonder dat je de kachel moet laten branden. Hij en Tintje vinden het niks om in de winter vroeg uit bed te moeten als het koud is. Zeg Piep, zegt Tintje dan met een slaapstem. Ga jij er het eerst uit?

Piep heeft al wel een idee. Eerst eens overleggen met Knutsel de bouwmuis. Die weet hoe je dingen maakt.

Het plannetje is om kiezelsteentjes rond de kachel te leggen. Dan worden de steentjes heet en die blijven nog urenlang hun warmte afgeven. Het moet wel iets goeds worden, niet een berg los grind.

Verder moet er iets met de ramen gebeuren. Nu zitten die in de winter voor het grootste deel dichtgestopt aan de buitenkant. Met een berg blaadjes met wat grond erover. Dat is tegen de kou.

Mooier is om iets te hebben wat makkelijk open kan als de zon in februari al flink schijnt. Dat is gratis warmte en het is heerlijk om veel licht in je huisje te hebben. Zomers werkt het precies andersom.

Daarvan krijg je zin in het voorjaar als je dat nog niet allang had.

Piep denkt dat flinke plakken gedroogd mos verstevigd met takken en takjes een soort luiken kunnen worden die open en dicht kunnen. Hij gaat het morgen aan Knutsel vragen.

Tintje haalt de fluitketel van de kachel, bakkie doen Piep? Eikeltjeskoffie of brandnetelthee? Doe maar koffie, zegt Piep. Wat neem jij? Tintje is meer een theemuis.

Zet jij het even Piep? Ik moet nog even bij de buurvrouw langs, ze moest me nog iets vertellen. Ik ben zo terug.

Piep maakt geen haast en gaat op z’n gemak aan de slag. Dat ‘ik ben zo terug’ kent hij intussen wel. Hij schenkt zijn eigen koffie in met wat poeder van boschampignon. Dat is lekkerder dan zwarte koffie. Hij laat de thee even trekken en zet de pot op het hoekje van de kachel. Zo blijft het nog minstens een uur lekker warm.

Hij krult zich op, op het blaadjes bed bij de kachel en valt in slaap. Hij droomt van een duurzaam walnotenhuisje zonder poespas, met alleen dat wat nodig is. Functioneel is genoeg zou Knutsel zeggen.

Piep en Knutsel doen ruilhandel, Fair Trade noemt Tintje het. Piep heeft ideeën die Knutsel overal mag gebruiken en Knutsel maakt dingen. Niemand hoeft zo te betalen met beukennootjes of walnoten. Ze helpen elkaar en ruilen voedsel als dat van pas komt.

Dat is nu nog belangrijker omdat er sinds een tijdje Geldwolven in het bos rondlopen. Die doen niks, maar willen overal geld voor. Het liefst kopen ze stiekem alle beukennootjes en walnoten op. Dan is er niets meer en moet je lenen bij de wolven.

Het bos is van iedereen, zegt Piep en zo willen we het houden.

Er is een ruilplek in het bos waar de wolven geen weet van hebben. Daar kan je brengen wat je over hebt of weg wil geven en je mag er pakken wat je nodig hebt.

 

Laat het tijd

Dat heb ik geleerd in mijn moestuin. Ik ga erheen met een plan voor wat er die dag moet gebeuren. De tuin denkt daar anders over. Was het nat, was het droog, groeit er te veel onkruid of moet er nodig worden geoogst of gezaaid. Kan ik plannen hebben, maar het pakt anders uit.

Kan ook dat er een leuk gesprek voorbijkomt met een tuinbuurvrouw of -buurman. Ben je zo een uur verder. Belangrijke dingen.

Weg is de planning. Mooier wordt het niet, daar kan je van genieten.

Ik heb me erin bekwaamd om iets niet te doen, zonder schuldgevoel. Je komt erachter dat je het zelf bent die jou iets oplegt. Dat het moet omdat.

Dat potentiele schuldgevoel kan worden gebruikt door iemand anders die het je aan wil praten.

Als je losser om gaat met dingen die anders gaan dan verwacht dan leeft dat best aangenaam. Dat niet doen heeft geen toegevoegde waarde. Frustratie en chagrijn helpen je niet.

Dat betekent natuurlijk niet dat je je passie, je zin om aan te pakken, om ervoor te gaan moet laten varen. Daar zit juist je energie.

Is er iets dat je graag wil, wat fijn is en het is buiten bereik? Koester dan die gedachte en laat het daarna los. Laat wat mogelijkheden de revue passeren en leg ze weg. Vertel anderen erover zonder de bedoeling daar iets mee te willen. Dat zit al in het woord: vertellen. Wat je doet is jouw geest en mogelijk die van anderen ervoor openzetten.

Het effect is een beetje vergelijkbaar met wanneer je een nieuwe auto of een andere fiets hebt gekocht. Ineens zie je meer dezelfde. Die had je anders ook wel gezien, maar niet opgemerkt.

Streef niet te strak naar resultaat, laat het tijd. Leef wellicht wat langzamer.

 

 

 

Erwtensoep

Een heerlijk winters gerecht. Te koop in plastic rollen en in blik. Of bij de slager.

Ik maak het zelf, echte erwtensoep. Eisbein van 1,5 kg, in Duitsland gekocht. Als je bij de slager vraagt om een hieps dan kijkt het meisje achter de toonbank je aan en valt stil. Dat is een varkensschenkel legt de slager uit. Ik koop ze al jaren niet meer bij de slager, het ruikt onaangenaam als je er bouillon van trekt. Geen goed spul helaas. Welkom in Nederland.

Het stuk varkenspoot gaat onder water in een grote pan. Ik laat het zeker zes uur zachtjes trekken. Dan is het zo gaar dat het uit elkaar valt. Prima stuk vlees en lekkere bouillon. De volgende dag maak ik de soep af met verse groenten. Ik laat de erwten ’s nachts wellen in ruim water. Mik je ze zo in de soep dan zuigen ze in no time al je bouillon op en dat is niet de bedoeling.

Ouderwets lekkere soep met een stokbroodje, genieten. Wat over is gaat in de vriezer.

Paar uurtjes werk maar dan heb je ook wat. Oxycodon houdt me letterlijk op de been. Daar is het voor bedoeld.

Eigenlijk bestaat de hele wereld uit erwtensoep. Met een hieps van de slager of uit blik. Daar kan je aan wennen en je zal het genoegen van het goede spul nooit smaken, of je moet natuurlijk bij mij komen eten

Dan komt een oude droom weer tot leven. Ik heb in die droom een klein maar fijn restaurantje. Je kan daar op uitnodiging komen eten. Om het enigszins rendabel te houden mag je zelf bepalen wat je wil afrekenen. Het is een mooie metafoor van het er weer toe doen, om te werken en te genieten en om zelf de werkdruk te kunnen sturen.

Iets doen wat wél kan en voelen dat je leeft. Ik heb een nieuwe oven gekocht en verlustig me met broodbakboeken en op YouTube in het bakken van echt brood. Ik ga ermee aan de slag. Mijn eigen voorkeur gaat uit naar biologisch Spelt volkorenbrood, met een stevige korst.

Als het zover komt dat ik niet meer weet waar ik met al dat verse brood heen moet dan hoor je van me.

Van groenteboer naar bakker, klinkt niet zo gek toch?

 

 

 

Het beste

Het nieuwjaarsgewens is achter de rug. Ik ben er niet van. Natuurlijk wens ik je het beste, maar om het maar een keer in het jaar te doen vind ik wat karig.

Ik wens je elke dag het beste. Daarbij mag je zelf kiezen wat voor jou het beste is.

De meesten denken er niet echt bij na als ze je wat wensen. Dat het beste voor mij weleens iets anders kan zijn dan strookt met hun idee ervan komt niet in ze op. Dat geldt niet voor mij alleen, maar in algemene zin.

In ‘het beste’ ligt een wereld aan onuitgesproken woorden en opvattingen besloten.

Ik las vandaag in het nieuws dat er een Nederlandse documentaire is genomineerd voor een Emmy Award. De film gaat over euthanasie van een 17-jarige. En over de reacties van buitenstaanders inclusief politici die daarover vallen.

Ik denk vanuit mijn perspectief dat euthanasie voor haar het beste was. Mijn perspectief is dat ik een ervaringsdeskundige ben in wat het betekent om ernstig tot uitzichtloos psychologisch te lijden. Niet van horen zeggen, of vanuit een mening, een studie of opvatting.

Een andere mening of opvatting staat je vrij. De grens ligt daar waar het anderen regels gaat voorschrijven. Daarover kan je niet van mening verschillen anders dan dogmatisch denkend. En dat is voorbij de grens van het aanvaardbare.

Ik schrijf het niet om welke opvatting of mening dan ook te bekritiseren. Ik wil enkel wat licht laten schijnen op de aannames die we allemaal doen als we iemand het beste wensen. Met de beste bedoelingen, daar ben ik van overtuigd.

 

Sneeuw

Het sneeuwt en tussendoor schijnt de zon. Niet een buitje, nee een paar dagen en nachten lang. Zou er dan toch een nieuwe ijstijd komen? De toelichting van de weervrouw is aannemelijker. Een stabiel hogedrukgebied bij Scandinavië in combinatie met het verschil tussen de koude bovenlucht en het nog relatief warme zeewater.

Weer voor een wandelingetje. Sneeuw die knerpt onder je schoenen, alles wit en licht. Winter wonderweer.

Ik heb net de sneeuw van mijn auto gehaald, het dooit licht. Morgenochtend als ik weg moet zit die anders vastgevroren. Handig zo’n auto, kan ik tegenaan leunen. Ik heb mijn Birki’s aan en voel dat mijn voeten nat worden door de sneeuw die erin valt. Kouwe klauwen en kouwe poten.

Ik wacht wat met wandelen, totdat de sneeuw weer weg is. Met je rollator op je plaat gaan is niet zo handig. Winterbanden voor zo’n ding zijn er niet.

Het verrast me telkens wat er lastig wordt als je minder goed uit de voeten kan. Een groot en modern winkelcentrum zonder gelegenheid om ergens te zitten. Klusbussen op de stoep. Deuren met veel te strakke deurdrangers. Lieden die op een gahandicaptenparkeerplaats parkeren en jij mag het uitzoeken. Noem maar op.

Ik ben toch niet de eerste die hier tegenaan loopt.

Het is net weer gestopt met sneeuwen en de zon laat de sneeuw lekken over de voorruit van mijn auto. De sneeuw van het midden van het dak, daar kon ik niet bij.

Laat maar lekker lekken, het betekent misschien dat ik snel weer op pad kan.

Gletsjers

Ik las dat Maastricht zo’n 70 miljoen jaar geleden een kniediepe krijtzee was. Dat gold trouwens voor heel Limburg. Dingen veranderen in de loop van de tijd.

Tijd is een relatief begrip. Het was leuk geweest als ik daar ergens aan de oever van die krijtzee had kunnen zitten. Kijkend naar hoe die veranderde in Maastricht en omstreken.

Ik zie me daar al zitten met de laptop op schoot om de veranderingen op te schrijven om ze later in een rotswand te beitelen. Want dat hoorde in die tijd.

Jammer genoeg is de huidige inschatting dat de mensheid zoals wij die kennen pas 300.000 jaar bestaat. Dan mis je toch wat veel van de veranderingen als je daar zo laat pas kan gaan zitten.

Tegenwoordig gaan de dingen gelukkig sneller. Neem de gletsjers in de Alpen, die zijn ongeveer 10 000 jaar geleden ontstaan. Het mooie is dat je er naast kan gaan staan en ze in hoog tempo kan zien wegsmelten. Helemaal van deze tijd. Dat houdt de aandacht lekker vast.

Dat laatste is niet helemaal waar, dat van die aandacht. Er zijn velen die het niet interesseert. Dan hebben we het nog niet over hen die ervan overtuigd zijn dat alles 5000 jaar geleden is geschapen. En dat er op enige termijn weer nieuwe wonderen zijn te verwachten. Geruststellend wel voor de believers.

Intrigerend is wat de kwantummechanica noemen. Waarbij de werkelijkheid een rekenkundige waarschijnlijkheid is. Je kunt er goed aan rekenen met wiskundige modellen. Het klopt op die manier dat de werkelijkheid alleen bestaat op het moment dat we die waarnemen.

Is het dan zeker dat wat we zien en waarnemen de werkelijkheid is? Nee dat is het niet, want wat is de werkelijkheid die we niet zien?

Bedenk dat wij mensen gebrekkige waarnemers zijn. En weet dat je de dingen volgens de kwantumtheorie niet kunt begrijpen, je kan ze alleen berekenen. De formules en de uitkomst van de sommetjes kloppen, dat wel.

De stap naar bijvoorbeeld esoterie of religie is dan snel gemaakt om het niet weten en niet kunnen begrijpen in te vullen. Dat vind ik iets te kort door de bocht. Dat is als een kind met de handen voor ogen denken dat niemand je ziet.

Ik houd het op beschouwen, me afvragen wie, wat en waar ik ben en daar geen antwoord op hebben. Ik denk daar vaak over na en verwonder me.

Stel je voor dat in jouw leven de waarschijnlijkheid dat jij je kan verwonderen groot is. Dat jij invloed hebt op die verwondering omdat je het je bewust bent, het waarneemt. Verwonder je.

Wok

Vanmorgen al m’n oude zeehengelspullen in een container van de ROVA gegooid. Deed een beetje pijn. Soort van afscheid. Wat kleine goede spullen aan een kennis gegeven die graag gaat vissen met z’n kleinkinderen.

Wat ik weg mikte had ik nog jaren kunnen gebruiken. Ware het niet dat ik niet meer naar Texel ga om er (ook) te vissen. Dat ik niet met collega’s of met het zaalvoetbalteam een boot huur in Den Oever. Dat ik met m’n rollator net tot het eind van de straat kom en terug en dan niet meer kan bukken om de veters van mijn schoenen los te maken, haha.

Ik ben de ontkennende fase voorbij. Heb een beginnetje gemaakt met de aanvaardende.

Ik mis nog een bezigheid ter vervanging van het moestuinwerk. Het is vooral de fysieke inspanning. Buiten, in de zon, kou, regen of wat dan ook. Met een doel.

Schrijven en lezen is leuk, maar heerlijk moe zijn van buiten zijn is leuker.

Mountainbiken of de racefiets is me afgeraden door de nefroloog. ‘Als je een keer valt lig je van onder tot boven open, dat wil je niet’. Ze doelt op mijn door prednison kwetsbare huid en ze heeft gelijk.

Ik ben op zoek naar een hometrainer en voel tegelijkertijd tegenzin.

Fietsen op zich gaat goed in tegenstelling tot lopen. Door je iets voorovergebogen wervelkolom geef je op de fiets ruimte waar het knelt. Net als wanneer ik zit.

Ik ga mijn gewone fiets inruilen voor een elektrische met een lage instap. Dat voelt als een nederlaag. Ik vrees dat ik anders vandaag of morgen omdonder als ik opstap. Pas als ik zit en rijd gaat het goed.

Positief wel is dat mijn oudste kleinzoon, zei: je bent helemaal niet gehandicapt. Hij vond dat je dat pas bent als je een arm of een been mist, of in ieder geval een deel ervan. Zijn uitspraak was naar aanleiding van mijn gehandicaptenparkeerkaart die op de tafel lag. Hij snapt het.

Koken is een fijne afleiding en broodbakken. Dat laatste ga ik binnenkort leren van een dochter van een bakker. Wat wil je nog meer? Nou, zittend koken. Ik weet alleen niet goed hoe. De hoge kruk die ik ervoor kocht is het niet helemaal. Je wil je knieën onder het werkblad kunnen steken. Moet je eens proberen bij je aanrecht en je fornuis.

Ik ben op zoek naar een nieuwe wok. Die vind je niet zomaar. Ze worden aangeprezen met ‘inductie oppervlak van 16 cm’. Ik zoek een wok ja, niet een veredelde koekenpan! Ik kook op gas. Het wordt steeds gekker. Ik denk dat het toch een ouderwets stalen exemplaar wordt. Zo een die je moet inbranden.

Er zijn halve dagen die ik fluitend doorkom, zonder morren en gevloek. Het tovermiddel heet oxycodon. Werkt goed, na een uurtje is de pijn zo goed als weg. Waarom dan niet voor hele dagen nemen? Het is een opiaat, je hebt als je dat doet steeds meer nodig omdat de werking verminderd. En je kunt na verloop van tijd niet meer zonder. No go dus.

Ik gebruik het incidenteel. Zoals morgen, Sinterklaas vieren bij mijn kleinzoons. Dat is leuker met een opa die goed te spreken is.

Met je hart

Als het kwartje valt, worden dingen helder. Het overkwam me van de week. Iets wat voor mijn voeten lag wat ik eerst maar niet wilde zien.

Je weet intussen dat ik weinig meer kan in de moestuin, mijn lust en mijn leven van de afgelopen 20 jaar. Dat is klote en frustreert me mateloos. Willen, maar niet kunnen.

Eigenwijs als ik ben ging ik het mentale gevecht aan met mezelf. Het resultaat was dat ik in cirkels dacht en er niet uitkwam. Frustratie, boosheid, verdriet. Tot moedeloosheid aan toe.

Tot het kwartje viel. Mijn hoofd wilde dat ik altijd kon blijven doen wat ik deed. Mijn hart zei wat anders. Ik doe de tuin samen met de mannen van Return To Base. Mensen die op een voor mij bekende manier werken aan nieuwe zingeving en voldoening in hun leven. Ik begon destijds om een vergelijkbare reden met mijn tuin.

Het ze mogen helpen om dat mogelijk te maken is wat m’n hart zegt. Daar blijheid en voldoening en tevredenheid uit putten. Hoe mooi wil je het hebben? Het was er dus al, maar pas nu gingen me de ogen echt open. Iemand vertelde mij dat ze opnieuw full time aan het werk gaat. Ander werk lukt me niet meer zei ze, maar dit wel, dit doe ik met mijn hart. Het past.

Het voelt alsof ik lichter ben, bevrijd van het kwellende gevoel dat ik nutteloos en machteloos ben. Ik plaats van de moestuin opgeven kan ik hem delen.

Door het ‘op mijn oude manier moeten doen’ los te laten. Door het werk letterlijk uit handen te geven en te helpen met wat ik weet en kan delen over hoe je een biologische moestuin doet.

Dat moeten vindt zijn oorsprong in het halsstarrig niet willen inzien dat het zo wél zou kunnen. Dat het past. Dat is iets heel anders dan dat het niet meer kan, omdat ik het niet meer kan. Mijn hoofd mag z’n mond een poosje houden, ik laat mijn hart het woord doen.

Ik moet er nog wel beter naar luisteren. Geef me wat tijd, ok?