Het beste

Het nieuwjaarsgewens is achter de rug. Ik ben er niet van. Natuurlijk wens ik je het beste, maar om het maar een keer in het jaar te doen vind ik wat karig.

Ik wens je elke dag het beste. Daarbij mag je zelf kiezen wat voor jou het beste is.

De meesten denken er niet echt bij na als ze je wat wensen. Dat het beste voor mij weleens iets anders kan zijn dan strookt met hun idee ervan komt niet in ze op. Dat geldt niet voor mij alleen, maar in algemene zin.

In ‘het beste’ ligt een wereld aan onuitgesproken woorden en opvattingen besloten.

Ik las vandaag in het nieuws dat er een Nederlandse documentaire is genomineerd voor een Emmy Award. De film gaat over euthanasie van een 17-jarige. En over de reacties van buitenstaanders inclusief politici die daarover vallen.

Ik denk vanuit mijn perspectief dat euthanasie voor haar het beste was. Mijn perspectief is dat ik een ervaringsdeskundige ben in wat het betekent om ernstig tot uitzichtloos psychologisch te lijden. Niet van horen zeggen, of vanuit een mening, een studie of opvatting.

Een andere mening of opvatting staat je vrij. De grens ligt daar waar het anderen regels gaat voorschrijven. Daarover kan je niet van mening verschillen anders dan dogmatisch denkend. En dat is voorbij de grens van het aanvaardbare.

Ik schrijf het niet om welke opvatting of mening dan ook te bekritiseren. Ik wil enkel wat licht laten schijnen op de aannames die we allemaal doen als we iemand het beste wensen. Met de beste bedoelingen, daar ben ik van overtuigd.

 

Sneeuw

Het sneeuwt en tussendoor schijnt de zon. Niet een buitje, nee een paar dagen en nachten lang. Zou er dan toch een nieuwe ijstijd komen? De toelichting van de weervrouw is aannemelijker. Een stabiel hogedrukgebied bij Scandinavië in combinatie met het verschil tussen de koude bovenlucht en het nog relatief warme zeewater.

Weer voor een wandelingetje. Sneeuw die knerpt onder je schoenen, alles wit en licht. Winter wonderweer.

Ik heb net de sneeuw van mijn auto gehaald, het dooit licht. Morgenochtend als ik weg moet zit die anders vastgevroren. Handig zo’n auto, kan ik tegenaan leunen. Ik heb mijn Birki’s aan en voel dat mijn voeten nat worden door de sneeuw die erin valt. Kouwe klauwen en kouwe poten.

Ik wacht wat met wandelen, totdat de sneeuw weer weg is. Met je rollator op je plaat gaan is niet zo handig. Winterbanden voor zo’n ding zijn er niet.

Het verrast me telkens wat er lastig wordt als je minder goed uit de voeten kan. Een groot en modern winkelcentrum zonder gelegenheid om ergens te zitten. Klusbussen op de stoep. Deuren met veel te strakke deurdrangers. Lieden die op een gahandicaptenparkeerplaats parkeren en jij mag het uitzoeken. Noem maar op.

Ik ben toch niet de eerste die hier tegenaan loopt.

Het is net weer gestopt met sneeuwen en de zon laat de sneeuw lekken over de voorruit van mijn auto. De sneeuw van het midden van het dak, daar kon ik niet bij.

Laat maar lekker lekken, het betekent misschien dat ik snel weer op pad kan.

Gletsjers

Ik las dat Maastricht zo’n 70 miljoen jaar geleden een kniediepe krijtzee was. Dat gold trouwens voor heel Limburg. Dingen veranderen in de loop van de tijd.

Tijd is een relatief begrip. Het was leuk geweest als ik daar ergens aan de oever van die krijtzee had kunnen zitten. Kijkend naar hoe die veranderde in Maastricht en omstreken.

Ik zie me daar al zitten met de laptop op schoot om de veranderingen op te schrijven om ze later in een rotswand te beitelen. Want dat hoorde in die tijd.

Jammer genoeg is de huidige inschatting dat de mensheid zoals wij die kennen pas 300.000 jaar bestaat. Dan mis je toch wat veel van de veranderingen als je daar zo laat pas kan gaan zitten.

Tegenwoordig gaan de dingen gelukkig sneller. Neem de gletsjers in de Alpen, die zijn ongeveer 10 000 jaar geleden ontstaan. Het mooie is dat je er naast kan gaan staan en ze in hoog tempo kan zien wegsmelten. Helemaal van deze tijd. Dat houdt de aandacht lekker vast.

Dat laatste is niet helemaal waar, dat van die aandacht. Er zijn velen die het niet interesseert. Dan hebben we het nog niet over hen die ervan overtuigd zijn dat alles 5000 jaar geleden is geschapen. En dat er op enige termijn weer nieuwe wonderen zijn te verwachten. Geruststellend wel voor de believers.

Intrigerend is wat de kwantummechanica noemen. Waarbij de werkelijkheid een rekenkundige waarschijnlijkheid is. Je kunt er goed aan rekenen met wiskundige modellen. Het klopt op die manier dat de werkelijkheid alleen bestaat op het moment dat we die waarnemen.

Is het dan zeker dat wat we zien en waarnemen de werkelijkheid is? Nee dat is het niet, want wat is de werkelijkheid die we niet zien?

Bedenk dat wij mensen gebrekkige waarnemers zijn. En weet dat je de dingen volgens de kwantumtheorie niet kunt begrijpen, je kan ze alleen berekenen. De formules en de uitkomst van de sommetjes kloppen, dat wel.

De stap naar bijvoorbeeld esoterie of religie is dan snel gemaakt om het niet weten en niet kunnen begrijpen in te vullen. Dat vind ik iets te kort door de bocht. Dat is als een kind met de handen voor ogen denken dat niemand je ziet.

Ik houd het op beschouwen, me afvragen wie, wat en waar ik ben en daar geen antwoord op hebben. Ik denk daar vaak over na en verwonder me.

Stel je voor dat in jouw leven de waarschijnlijkheid dat jij je kan verwonderen groot is. Dat jij invloed hebt op die verwondering omdat je het je bewust bent, het waarneemt. Verwonder je.

Wok

Vanmorgen al m’n oude zeehengelspullen in een container van de ROVA gegooid. Deed een beetje pijn. Soort van afscheid. Wat kleine goede spullen aan een kennis gegeven die graag gaat vissen met z’n kleinkinderen.

Wat ik weg mikte had ik nog jaren kunnen gebruiken. Ware het niet dat ik niet meer naar Texel ga om er (ook) te vissen. Dat ik niet met collega’s of met het zaalvoetbalteam een boot huur in Den Oever. Dat ik met m’n rollator net tot het eind van de straat kom en terug en dan niet meer kan bukken om de veters van mijn schoenen los te maken, haha.

Ik ben de ontkennende fase voorbij. Heb een beginnetje gemaakt met de aanvaardende.

Ik mis nog een bezigheid ter vervanging van het moestuinwerk. Het is vooral de fysieke inspanning. Buiten, in de zon, kou, regen of wat dan ook. Met een doel.

Schrijven en lezen is leuk, maar heerlijk moe zijn van buiten zijn is leuker.

Mountainbiken of de racefiets is me afgeraden door de nefroloog. ‘Als je een keer valt lig je van onder tot boven open, dat wil je niet’. Ze doelt op mijn door prednison kwetsbare huid en ze heeft gelijk.

Ik ben op zoek naar een hometrainer en voel tegelijkertijd tegenzin.

Fietsen op zich gaat goed in tegenstelling tot lopen. Door je iets voorovergebogen wervelkolom geef je op de fiets ruimte waar het knelt. Net als wanneer ik zit.

Ik ga mijn gewone fiets inruilen voor een elektrische met een lage instap. Dat voelt als een nederlaag. Ik vrees dat ik anders vandaag of morgen omdonder als ik opstap. Pas als ik zit en rijd gaat het goed.

Positief wel is dat mijn oudste kleinzoon, zei: je bent helemaal niet gehandicapt. Hij vond dat je dat pas bent als je een arm of een been mist, of in ieder geval een deel ervan. Zijn uitspraak was naar aanleiding van mijn gehandicaptenparkeerkaart die op de tafel lag. Hij snapt het.

Koken is een fijne afleiding en broodbakken. Dat laatste ga ik binnenkort leren van een dochter van een bakker. Wat wil je nog meer? Nou, zittend koken. Ik weet alleen niet goed hoe. De hoge kruk die ik ervoor kocht is het niet helemaal. Je wil je knieën onder het werkblad kunnen steken. Moet je eens proberen bij je aanrecht en je fornuis.

Ik ben op zoek naar een nieuwe wok. Die vind je niet zomaar. Ze worden aangeprezen met ‘inductie oppervlak van 16 cm’. Ik zoek een wok ja, niet een veredelde koekenpan! Ik kook op gas. Het wordt steeds gekker. Ik denk dat het toch een ouderwets stalen exemplaar wordt. Zo een die je moet inbranden.

Er zijn halve dagen die ik fluitend doorkom, zonder morren en gevloek. Het tovermiddel heet oxycodon. Werkt goed, na een uurtje is de pijn zo goed als weg. Waarom dan niet voor hele dagen nemen? Het is een opiaat, je hebt als je dat doet steeds meer nodig omdat de werking verminderd. En je kunt na verloop van tijd niet meer zonder. No go dus.

Ik gebruik het incidenteel. Zoals morgen, Sinterklaas vieren bij mijn kleinzoons. Dat is leuker met een opa die goed te spreken is.

Met je hart

Als het kwartje valt, worden dingen helder. Het overkwam me van de week. Iets wat voor mijn voeten lag wat ik eerst maar niet wilde zien.

Je weet intussen dat ik weinig meer kan in de moestuin, mijn lust en mijn leven van de afgelopen 20 jaar. Dat is klote en frustreert me mateloos. Willen, maar niet kunnen.

Eigenwijs als ik ben ging ik het mentale gevecht aan met mezelf. Het resultaat was dat ik in cirkels dacht en er niet uitkwam. Frustratie, boosheid, verdriet. Tot moedeloosheid aan toe.

Tot het kwartje viel. Mijn hoofd wilde dat ik altijd kon blijven doen wat ik deed. Mijn hart zei wat anders. Ik doe de tuin samen met de mannen van Return To Base. Mensen die op een voor mij bekende manier werken aan nieuwe zingeving en voldoening in hun leven. Ik begon destijds om een vergelijkbare reden met mijn tuin.

Het ze mogen helpen om dat mogelijk te maken is wat m’n hart zegt. Daar blijheid en voldoening en tevredenheid uit putten. Hoe mooi wil je het hebben? Het was er dus al, maar pas nu gingen me de ogen echt open. Iemand vertelde mij dat ze opnieuw full time aan het werk gaat. Ander werk lukt me niet meer zei ze, maar dit wel, dit doe ik met mijn hart. Het past.

Het voelt alsof ik lichter ben, bevrijd van het kwellende gevoel dat ik nutteloos en machteloos ben. Ik plaats van de moestuin opgeven kan ik hem delen.

Door het ‘op mijn oude manier moeten doen’ los te laten. Door het werk letterlijk uit handen te geven en te helpen met wat ik weet en kan delen over hoe je een biologische moestuin doet.

Dat moeten vindt zijn oorsprong in het halsstarrig niet willen inzien dat het zo wél zou kunnen. Dat het past. Dat is iets heel anders dan dat het niet meer kan, omdat ik het niet meer kan. Mijn hoofd mag z’n mond een poosje houden, ik laat mijn hart het woord doen.

Ik moet er nog wel beter naar luisteren. Geef me wat tijd, ok?

Speklapjes

Het is maar een paar kilometer over de grens in Duitsland. Ik ga er heen om boodschappen te doen in een supermarkt. Je raakt een beetje gewend aan goede producten en normale prijzen als je daar op vakantie gaat. Italië kan ook. Zwitserland weer niet, daar is alles onwijs duur. Hebben ze wel heel veel biologisch van lokale producenten.

Waarom wonen we dan wat dat soort zaken betreft in een achterlijk land? Twee belangrijke redenen, die achterlijkheid. Kortzichtige zuinigheid en een tussenhandel die het voor het zeggen heeft en op mateloze zelfverrijking uit is. Winstmaximalisatie heet dat. Ongeneerde diefstal komt er dicht in de buurt. Voeg er een veel te hoge belasting op voeding aan toe en klaar ben je.

En wij laten ons dat aanleunen. Uit zuinigheid accepteren we onacceptabele producten. Als het maar niks kost. We geloven in het sprookje dat goed spul onbetaalbaar is. Vergeet ook onze eetcultuur niet. Een rechtgeaarde Nederlander vreet alles. Een Duitser of een Italiaan en ook een Zwitser gelooft het niet.

Even voor de duidelijkheid, wat ik koop in die Duitse supermarkt is van heel veel betere kwaliteit en er is keuze uit een ruimer assortiment. Als klap op de vuurpijl kost het ook nog eens minder. Vlees is er 30% tot wel de helft goedkoper. Ik koop er speklapjes waar vlees en ook echt mooi spek aanzit. Het zijn stevige stukjes vlees. Vergelijk dat met de ellendige slappe en waterige dingen die je hier bij de Keurslager aantreft. Je kunt ze uitbakken zonder dat de boel je om de oren spat. Ze ruiken naar ouderwetse speklapjes.

Brood is elders nog brood. De bakker hier in het dorp schopt het niet verder dan opblaasbrood versierd met vogelvoer. ‘Dat is wat mensen willen’. Nou m’n hoela, bakkertje. Eet lekker zelf je broodverbeteraar, je veldbonenmeel en je camouflagepitten en-zaden. Al die overbodige toevoegingen maken het allesbehalve beter brood. Het maakt het wel veel makkelijker en goedkoper om machinaal ‘brood’ te bakken.

Willen we nou met z’n allen voor de gek gehouden worden en de broodknoeiers geloven op hun blauwe ogen? De vlees-, groente- en de zuivelknoeiers idem. Het treurige antwoord is ’ja’. Alleen niet met z’n allen. Ik verrek het langer om inferieur voedsel te kopen tegen belachelijke prijzen.

Jij ook? Vertel je bakker, slager, super wat je ervan vindt. Daar begint het. De consument, jij dus, bepaalt uiteindelijk wat er in de winkel ligt.

Vermits je geen rechtgeaarde Nederlander bent natuurlijk.

 

 

 

 

 

 

 

Piep observeert

Piep ziet de bomen in het bos verkleuren, de blaadjes beginnen te vallen. Dat is fijn, want muizen kunnen over en onder blad lopen. Dat is wel zo veilig, al is het oppassen voor uilen. Die horen je eerder dan dat ze je zien. De zon maakt lange schaduwen, ook daaraan zie je dat het later is in het jaar. De kleur van het licht is anders. Mooier vindt Piep, om over na te denken en je te verwonderen.

Jezelf verwonderen, de dingen zien er over nadenken en proberen te begrijpen is niet alle muizen gegeven.

Een groot muizen filosoof zei eens dat een gebrek aan inzicht in de dingen, het niet kunnen aanvoelen of beoordelen, is wat we domheid noemen. Piep probeert zich voor te stellen wat er in het hoofd van een zo’n muis omgaat. Een soort blindheid voor echte dingen, voor de werkelijkheid?

Het is een mentaal iets denkt Piep. Hij verzinkt in diep gepeins.

Er is een muizenclub in het bos die nogal duidelijk laat zien dat ze het op dat gebied wat moeilijk hebben. Ze noemen zich De Verenigde BladBlazer Muizen, of VBBM. Ze hebben gemeen dat ze het liefst al het blad het bos uit willen hebben.

Het bos is er voor muizen en niet voor blaadjes staat in hun statuten. Het zijn dezelfde muizen die elkaar graag iets aanpraten. En dat geloven ze dan allemaal. Je gaat niet anders denken dan de anderen vinden ze. Dan hoor je er niet bij. Dit soort clubjes heeft behoefte aan regels, dogma’s en een sterke leider, denkt Piep. Dat geeft houvast als je zelf niet nadenkt.

Vervelend is dat ze die regels ook aan anderen willen opleggen. Ze luisteren niet eens naar argumenten, ze horen ze niet. Het zijn in die zin weinig maatschappelijke muizen. Als hun Oppermuis iets zegt dan is dat wat het is. Het is een beetje eng en je merkt het in het bos. Je ziet ze in groepen blad blazen alsof het alleen hun bos is. Piep ziet het als een bosbedreigend fenomeen. Ze voegen niets toe aan het bos, ze creëren chaos. Hij vraagt zich af of ze dat beseffen, of het wel louter domheid is. Er kleeft een zweem van kwaadaardigheid aan zo lijkt het.

Het gaat om tegenkracht volgens Piep. Duidelijke en flinke tegenkracht. Dus niet het zomaar maar laten gebeuren.

De wind is Piep z’n vriend. Als er op zaterdag weer een VBBM-dag is dan weet Piep van tevoren uit welke hoek de wind waait. Hij checkt het weerbericht. De boze blazers hebben geen idee.

De volgende dag liggen alle blaadjes weer waar ze vandaan kwamen. Wind denkt Piep, we hebben meer wind nodig. Tegenwind. En we moeten kijken, naar de volgende dag en de dagen erna.

De wind schut zachtjes aan de bomen, een betoverende bui van gekleurde blaadjes dwarrelt naar beneden.

 

Indoor cycling

Ik hou van taal en van een goede duiding. En zelfs dan nog is het grappig om de andere betekenissen van woorden te zien.

Outdoor cycling kennen we allemaal, het is gewoon fietsen. Je kunt ook aan empowered outdoor cycling doen, je hebt dan een elektrische fiets. De sportieven onder ons denken bij outdoor meer aan mountainbiken. Hoewel dat laatste ook op vlakke paden kan.

Ik ga me binnenkort storten op indoor cycling. Ik word geen baanwielrenner, ik koop een hometrainer. Volgens Wikipedia simuleert zo’n ding de fietsbeweging. Dat vind ik dan weer wat flauw, om het zo weg te zetten. Daarom klinkt indoor cycling veel beter.

Ik had ooit een hometrainer, zo een waar je je racefiets op kan zetten. Los op drie rollen. De achterste twee rollen drijven de voorste rol aan met een snaar. Door de girowerking blijft je overeind, net als bij het echte fietsen. De mijne stond op de zolder van de schuur. Naast het trapgat voor de ladder. Er af lazeren zou me een verdieping lager brengen bedenk ik me nu.

Sta ik wel weer voor een complex keuzetraject. Welke moet het worden? Eentje waarmee je op een beeldscherm kunt zien hoe je alpencols bedwingt? Of eentje waar je na 5 minuten af wil stappen, want niet leuk. Die van de alpencols op je beeldscherm is veel leuker. Ik opteer dan voor een elektrische versie. Empowered indoor cycling dus. Probleem is dat dat niet bestaat.

Lekker aan je conditie werken terwijl het kutweer is. Het wordt winter hè. Ik zet hem zeker niet in de schuur. Waar dan wel weet ik nog niet. Ik denk op een plekje waar ik naar buiten kan kijken. Zonder de alpencols, die zijn en prijzig en wat hoog en daarmee niet van toepassing.

De tijd dat ik op m’n racefiets na veel gezwoeg om boven te komen met 80 km p/u naar beneden zoefde is voorbij. Ik doe het niet meer. Ik deed het onderhoud aan de fiets zelf, om zeker te weten dat alles goed en veilig was. En ik had al vroeg een fietshelm, beetje als Calimero. Dat zou nu heel modern zijn. Kijk maar naar de tijdrijders en short trackers.

Ik ga even verder met de online speurtocht naar een geschikte hometrainer.

Op je pad

Twee jaar geleden zou ik niet geloven dat ik nu met een trekkingstok zou lopen, of daarbij hebben gedacht aan een bergwandeling. De stok is al niet meer genoeg, ik loop met een rollator. Daar ben ik tevreden mee. Ik kom verder en loop en sta langer dan een paar weken geleden. Ik kan het een beetje trainen.

Onderweg door de lange gang van het UMCU word ik aangesproken door mijn nefroloog. Wat loop je moeilijk! Ik liep nog met m’n stok. Ze zei: als je nu helemaal in een rolstoel komt te zitten dan moeten we de operaties misschien heroverwegen? Ze doelde op de risico’s van de ingrepen om me van mijn rugproblemen af te helpen.

Ik zei dat ik die gok niet ging wagen. Een infectie zou fataal kunnen worden. Beter nog 20 jaar in een rolstoel dan einde van de rit.

We waren het erover eens dat ik net zoals sommige andere getransplanteerden meer bezig ben met het managen van allerlei bijkomende zaken, dan met mijn nier. ‘Die doet het prima. Als die het 5 jaar goed doet, dan kan dat 10 jaar en ook 15 jaar goedgaan’ zegt ze.

Dat is mijn houvast. Ik kan niet zeggen mijn doel. Behalve door mijn manier van leven heb ik er weinig invloed op. Ik denk dat het ook helpt als het goed zit in je hoofd.

Ik moet niet denken aan hoe het daarna is. Misschien is er geen daarna, dat weet je niet. Moeten dialyseren is voor mij een doemscenario. Bij leven en welzijn heb ik nog wel even om daarover na te denken. In de zin van mentaal voorbereid zijn. Piekeren is zinloos.

Die rolstoel zie ik nog niet zitten hoor. Al zit ik wel stiekem te kijken naar exemplaren waarmee je ook buiten de gebaande paden uit de voeten kan. Ik wil graag weer eens naar Texel en vervolgens vraag ik me af wat ik daar nog moet.

Lekker over het strand banjeren?

Of alleen maar het duin over naar een strandtent voor een cappuccino. 

Schuurtje bouwen

Ik ben een nieuw schuurtje aan het bouwen. Deze beginzin heeft mijn voorkeur. Alleen, het is niet waar. Wel van het schuurtje, niet dat van mij. Ik zou kunnen zeggen dat ik wel een schuurtje zou willen kunnen bouwen. Maar te veel werkwoorden in een zin. Beetje cynisch ook om het werkwoorden te noemen. Mooi aanloopje naar een troosteloos verhaal.

Ware het niet dat het een heel mooi schuurtje wordt, al zijn alleen de contouren nog maar zichtbaar. Juist dat laat ruimte om te fantaseren over het eindresultaat.

Er is ook een oud en gammel schuurtje dat binnenkort erg in de weg staat. Dat wordt afgebroken. Het is mijn eerste schuurtje, dat ik verschillende keren van de ondergang redde. Noodgedwongen want mijn enige schuurtje.

De voldoening van zelf bouwen smaak ik niet meer. En toch geniet ik van het bouwen. Het is een nieuwe fase. Het heeft even geduurd, maar ik begin het te aanvaarden. Als iets onvermijdelijks en tegelijk als een nieuwe kans.

Afgelopen week was ik op vakantie. Op dezelfde plek als in juni. Waar in juni ik me liet beperken doordat ik niet lang kan lopen en staan heb ik nu een oplossing gevonden. Een simpele rollator doet het. Zo’n ding is bedacht om mee te kunnen lopen. Ik heb hem vooral om te kunnen zitten. Gewoon elke paar minuten de rem erop en even zitten. Dat is alles.

Ik verdom het om er een mandje of een handige boodschappentas op te monteren. Het moet een beetje om aan te zien blijven. Ik merk dat ook mijn hoofd gebaat is bij een rollator, een mentale dan. Dus niet steeds de beperkingen ervaren. Uitvinden hoe het wel kan en dat voelen als een stap vooruit.

Zitten en ouwehoeren met de mannen op de tuin en meebeleven hoe zij het schuurtje bouwen. Het is ook hun schuurtje. Dat laatste is belangrijk, voor ons allemaal. Ongetwijfeld zullen ze af en toe ernstig lijden onder mijn vermeende bouwkundige inzichten.

We doen het samen, genieten samen.

De mentale rollator doet het goed. Het mooie is dat ik dat ding op den duur kan afschaffen. Het fysieke exemplaar mag blijven.