Magere merel

Ik zag vanochtend een merel. Een nogal mager exemplaar. Misschien wel gewoon slank. Ze zitten er niet veel hier. Ook geen dikke. Geen idee wat de omvang van een merelpopulatie bepaald.

Het barst hier wel van de mussen. Regelrecht mollige mussen. Ze maken een boel herrie met z’n allen. Ik snap wel enigszins waarom er zoveel zijn. De huizen hier hebben bijna allemaal overstekende daken met aan de onderkant een houten constructie met balken en vaak ook houten sierwerk. Plenty ruimte voor mussen om een comfortabel en droog nestje te bouwen. Verder een boel lage struiken en veel bomen links en rechts in grote tuinen. Ruimte voor ze en een ideale leefomgeving.

Zie jij nog wel eens een mus bij jou in de buurt? Zeker geen mollige denk ik.

Ik heb nieuwe ‘oortjes’. Gehoorapparaatjes die geen gehoorapparaatjes zijn. Ze lijken er op. Het zijn slimme. Er kan van alles mee, alleen specifiek mussengekwetter wegfilteren kan ik nog niet.

Wat wel kan, is me de illusie geven dat ik met één goed horend oor toch weer de richting van geluid kan bepalen. Audiologisch gezien kan het niet, je hebt er twee goedhorende oren voor nodig. Toch ik kan wel degelijk weer vaststellen uit welke richting geluid komt. Inclusief mussenherrie. Het is slimme technologie. Voor mij een uitkomst.

Simpel gezegd is het rechteroortje een piepklein microfoontje. Via Bluetooth gaat het signaal naar m’n linkeroortje. Daar worden m’n hersenenen geïnspireerd om het onderscheid te maken tussen wat van links en wat van rechts komt. Dat lukt bij 90% van de mensen. Ik had mazzel dat ik erachter kwam dat het bestaat. Kwestie van bij de juiste audicien terecht komen. Het is er niet eentje van de bekende ketens. Je kan het intuïtie noemen dat ik zo iemand vind. Ik noem het geluk. Het geluk is met de doven.

Volgens de ziektekostenverzekeraar is het geen gehoorapparaat volgens de daarvoor geldende definitie. Dat is jammer dan. Ze zakken er maar in met hun definities.

Ik ben blij en tevreden. Kan er straks ook nog van alles mee streamen en er mee bellen. Interesseert me eigenlijk helemaal niks. Eerst maar eens goed luisteren. Lukt het toch nog: ‘je moet eens leren luisteren’.

Zippo

Het eerste wat ik doe als ik ’s ochtends de deur boven bij de trap opendoe is kijken waar Zip is. Meestal vindt hij mij eerder. Als het vroeg licht is en de vogels al om half vijf zingen hoor ik hem zachtjes mauwen bij de deur. Kom op, laat me eruit. En dat doe ik. Hij strijkt langs mijn benen als we de trap afgaan. Bij de tuindeur kijkt hij me even aan. Zomer is zijn tijd. Buiten in de zon op de bank of eronder. Tussen de planten als het warm wordt.

De houten bank in de hoek tegen de muur is deels afgedekt met rode dakpannen. Daaronder, onder de bank een paar dikke tuinknielkussens. Het is zijn plekje als het regent. Droog veilig en warm. De kussens isoleren de kou, maken het comfortabel. Zip wil wat en dat krijgt ie.

Zippo is graag bij me. Een kleine aanmoediging is genoeg om hem tegen me aan te laten liggen. Hij spint als een bromfiets. Opdat ik nooit zal ophouden met hem aaien en onder zijn kin kriebelen.

Als z’n staart blijft zwaaien moet ik rustiger worden vanbinnen. Dat voelt hij haarfijn aan. In de afgelopen jaren met soms verdriet, pijn en moedeloosheid was hij er. Onvoorwaardelijke vriendschap.

Hij is gek op kookprogramma’s. Hij kijkt me verwachtingsvol aan als ik naar de bank loop, de afstandsbediening pak en zeg: zullen we een kookprogramma kijken? Wetend dat ik dan moeiteloos een half uur of langer op de bank blijf zitten, met hem tegen me aan.

Ik praat de hele dag met hem. Hij snapt het. Katten horen, zien en voelen veel meer van je dan je waarschijnlijk vermoedt. Hij vraagt zelf ook, door stil voor me te gaan zitten. Totdat ik het begrijp.
Een paar dagen geleden toen we op vakantie gingen gaf ik hem een dikke knuffel. Piep, dat is zijn koosnaam, reageerde niet erg enthousiast. Natuurlijk niet.

Als ik terugkom van vakantie kan ik het niet overdoen. Mijn grote kleine vriend is niet meer. Lieve Piep, dank je wel voor al die mooie jaren.

Honderd handschoenen

Het leven gaat voort. Ik moet volgende week alweer op vakantie en het wil maar geen zomer worden. Kan je hoog en laag springen, helpt niks. Meestal bouw ik het vakantiegevoel een beetje op door op de lokale weer sites te kijken en me te vergenoegen in de zomerse temperaturen en de zonneschijn aldaar. Voor komend weekend is er een waarschuwing voor heftig noodweer en overstromingsgevaar. “Blijf uit de buurt van rivieren en beekjes”. Ik ben geen kampeerder, dus wegspoelen met tent en al of dobberend in je caravan zal me niet overkomen.

Om het verder droog te houden heb ik honderd waterdichte handschoenen gekocht.
Ook nog een paar trekking stokken je weet wel, van die bergwandelstokken. Daar ga je soepeler van lopen.
Leuke extra’s toch zou je denken. En dat zijn het ook. De handschoenen zijn om een hand droog te houden tijdens het douchen en bij het eten koken. Bij het vervangen van een kraanleertje is het me gelukt om een peesje in m’n linker pink af te scheuren. De kraan is niet gemaakt, ik heb een nieuwe gekocht. Pinkie en Spalkje zijn zes weken veroordeeld tot elkaar. Ze mogen niet nat worden en Spalkje mag er niet af. Ik dronk mijn wijn natuurlijk al met opgeheven pink, maar nu kan het niet eens anders.

De sportieve bergwandelstokken zijn omdat er in de supermarkt geen stoelen staan en ik toch lekker eten en drinken wil kopen. Je kunt er prima op leunen. Gaat verder best goed.

Als we onderweg niet verdrinken en de zon blijkt af en toe te schijnen daarginds ben ik een tevreden mens. Gewoon als en wanneer het kan genieten van de dag. Misschien regent het vannacht en klinkt het ontspannende geluid ervan op het raam van mijn slaapkamer.

Je kan ook wat sfeer bevorderende maatregelen nemen, ik houd de regie liefst zelf in handen; ik weet dat ze in Duitsland heel veel lekkere biertjes verkopen. Komt goed. Prost!

Gaat goed

Hoe gaat het met je? Een oprechte belangstellende vraag meestal. Soms uit gewoonte. Een enkele keer gericht op het comfort van de vragensteller. Omdat het fijner is als ik niet alweer iets engs heb. Ik zeg dan dat het goed gaat.
Het mooie is dat het ook goed gaat, al gaan de enge dingen vrolijk hun gang. Ik win die heroïsche strijd keer op keer. Wat een bijzonder mens ben ik toch. Niet dus. Een boel mazzel en een klein beetje optimisme en levenslust helpen me. Zoals het iedereen vergaat. Leven met een donornier is heel alledaags.

Ik kom misschien iets vaker in het ziekenhuis. Dat is goed, daar is het voor. Was er de afgelopen twaalf maanden 22 keer. Daar zit 13 keer een infuus bij met afweer onderdrukkende medicatie. Dan schiet je al aardig op. Verder 1 keer naar de SEH en 2x een MRI om kanker uit te sluiten. Ook nog wat los-vaste controles en onderzoeken.

Dat van die kanker kleeft aan me. Is al 16 jaar weg, kan wel tijdbommetjes hebben achtergelaten die vroeger of later of helemaal nooit afgaan. Het is wat een melanoom doet.

Als je dit nog leest dan hoor je niet bij de quasi belangstellenden. Dat is fijn.
Iets anders:

Als het goed met je gaat dan is er reden genoeg om blij en tevreden te zijn. Ben ik ook. Je belandt in een nieuwe fase. Ik ben de overlevingsfase voorbij. Dat geeft rust en ruimte en een frisse kijk op het leven.
Ik had gisteren een leuk gesprek met een verpleegkundige, ze was mijn dossier aan het doorspitten. We kwamen tot de conclusie dat het niet ‘louterend’ is als iets naars jou overkomt. Dat is te mooi en niet waar. Wel kunnen de dingen die je meemaakt je vormen tot wie je bent. Dat is eigenlijk zo voor iedereen, een leven lang. Je hebt er zelf invloed op. Wil je het slachtoffer zijn of deal je met het leven.

Onveranderbare dingen negeren of bestrijden levert je niet meer op dan negatieve gevoelens. Durven kijken naar wat wel kan voor jou helpt al veel. Maak wat wel kan belangrijk en je leeft en kan zeggen dat het goed met je gaat. Want dat gaat het dan ook.

Over die fase na de overlevingsfase hè, dat is een bijzondere. Met vragen en ‘oude’ associaties. Ik moet bijvoorbeeld leren om bij m’n bezoeken aan het ziekenhuis niet meer de ondertoon van angst en dreiging te laten doorschemeren. Het is niet nodig. Me ervan bewust zijn is een begin. Ik ben vaak naar de kloten als ik er een paar uur ben geweest.
Het lijkt of ik me meer realiseer hoe het was en dat vreet mijn energie. Ik wil mijn blik vooruit en vandaag lekker niks doen. Dat is ook het leven vieren.

Voedselbos

Piep is een echte gevoelsmuis. Eentje die niet prat gaat op z’n postuur ook al zie je hem niet makkelijk over het hoofd. Het is precies waarom Tintje hem mag.
Als ze dat tegen hem zegt, van die gevoelsmuis, verandert hij van onderwerp en moet hij blozen.

Andere muizenmeiden zien het ook. Piep heeft meer vriendinnen dan vrienden, maar toch vrienden genoeg. Hij is meer een alfa muis dan je zou denken. Hij ziet dat zelf niet zo. Ik ben wie ik ben zegt hij. Alles wat je doet om anders te lijken doet af aan jezelf en maakt je minder sterk. Minder sterk tegenover anderen, maar vooral voor jezelf.

Volgens Piep zit kracht in je hoofd. Je kunt verdrietig, boos of teleurgesteld zijn, zelfs moedeloos omdat er van alles misgaat en niets wil lukken. Voel dat gevoel maar, trek gerust een denkbeeldig dekbed over je hoofd. Even weg is goed. Even dicht bij jezelf zijn. Dat kan je niet vaak genoeg doen.

Je kan pas voor iemand anders zorgen als je eerst goed voor jezelf zorgt vindt Piep.
Je kan met gemak duizend dingen bedenken waarom iets niet kan, bedenk eens een manier hoe het wel kan. Stop daar je energie in. Zie wat er dan gebeurt.

Vermijd muizen die door hun deskundigheid je precies weten uit te leggen dat wat jij wil onmogelijk is of ongewenst. Dat zijn de kletsmuizen, kletsen is hun grootste kwaliteit er komt nooit iets uit hun pootjes. Vergadertypes. Je kan ze beter mijden. Hun ultieme argument is altijd: ik heb je gewaarschuwd hoor. Piep krijgt dan een grijns op z’n snuit. Een gewaarschuwde muis telt voor twee, dan hebben ze hem onbedoeld geholpen. De losers.

Hij gaat graag in zee met muizen die hem energie geven, meeliftmuizen die op zijn energie willen teren laat hij links liggen.
Zoals gezegd houden muizen van theedrinken en met elkaar praten. Over gewone dingen, over echte dingen of over het weer. Dat zijn belangrijke dingen. Ze vinden het fijn om samen te zijn.

Piep en Tintje hebben plannen. Ze realiseren zich hoe mooi het is dat ze kunnen leven van alles wat er in hun verwilderde boomgaard groeit en bloeit. Van stukjes gedroogde appel tot brandnetel- en kruidenthee en nog heel veel meer. Het is voor de meeste muizen normaal om zelfvoorzienend te zijn. Maar je hebt bijvoorbeeld ook stadsmuizen, die hebben geen idee. Ze foerageren in kelders een aanrechtkastjes. Laverend tussen de muizenvallen en oppassend voor de kat.

In de boomgaard is van alles. Tintje en Piep noemen het hun voedselbos. Het geeft veel meer dan alleen eten en drinken. Je krijgt er licht, lucht, energie en levenslust van. Samen eten zoeken is mooi. Ze hebben plannen om andere muizen die het minder gemakkelijk hebben erin te betrekken. Zodat die er ook van kunnen genieten, vooral omdat die zich er veel beter van kunnen gaan voelen.

Medemuizelijkheid in het voedselbos, in de boomgaard. Als ze er samen over praten bij een kopje thee willen ze morgen al wel beginnen.
Maar eerst staat de Halve Boomgaard Marathon nog op het programma.

Piep en Tintje

Tintje gooit nog een paar eikeldopjespellets in de kachel. Er schijnt een waterig zonnetje dat in de verte naar voorjaar hint. Zij en Piep wonen in een paar geschakelde walnootdoppen. Piep heeft ze goed geïsoleerd met mos. De kier onder de voordeur maken ze dicht zodra ze binnen zijn. Een paar gevonden volgelveertjes zijn daar heel geschikt voor. Tintje zet een keteltje water op de kachel om kruidenthee te maken.

In de zomer zoekt en droogt ze verschillende kruiden. Mensen zouden het onkruid noemen, maar die weten niet beter. Ze blijft met zoeken ver uit de buurt van de plaatsen waar mensen hun voedsel laten groeien. Er zijn muizen gestorven door het eten ervan. In de verwilderde boomgaard waar Tintje en Piep wonen komt niemand. De voorraadkast zit vol met stukjes gedroogde appel. Lekker om op te knabbelen en in de thee.

Het waterige zonnetje maakt plaats voor een dreigende donkere lucht. Binnen is het lekker warm. Ze hoort geritsel buiten en Piep komt net voor de bui binnen. Hij geeft Tintje een knuffel en ze zegt: wat heb jij koude pootjes. Ga lekker liggen bij de kachel, dan schenk ik thee in.

Het geluid van de regendruppels op het dak maakt het nog gezelliger. Wat is het lekker knus hier Piep, zegt Tintje. Wat hebben we nog meer nodig om gelukkig en tevreden te zijn? Piep knikt loom, hij is bijna in slaap gevallen naast de kachel. Zijn oren gloeien.
De wind trekt aan en ritselt door de blaadjes. Tintje stopt de vogelveertjes tussen de drempel en de voordeur. Piep was vergeten om dat te doen.

Het is nog vroeg in de middag. Muizen brengen veel tijd door met theedrinken en praten met elkaar. Het hoort bij de belangrijke dingen. Hun leven is eenvoudig; zorgen dat er eten is voor de winter, een goed huisje en de tijd nemen voor jezelf en voor de andere muizen.
Piep snurkt zachtjes en Tintje schenkt nog een kopje thee in voor zichzelf. Ze gaat zo nog een paar rondjes rennen in de boomgaard.

Ze werkt graag aan haar conditie en het maakt je hoofd weer leeg. Ze heeft een afgetraind lijfje. Niet mager, maar sterk. Elke week gaat ze met haar muizenvriendinnen hardlopen. Ze trainen voor de Halve Boomgaard Marathon, 2100 meter en een klein stukje. Ze eindigt meestal bij de eerste tien. De laatste keer heeft ze gewonnen.
De muizenmeiden hebben T-shirts laten bedrukken met de tekst HBM PowerMouse. Piep is supertrots op z’n powermouse. Hij legt het dik af tegen haar met hardlopen. Piep kan goed koken.

Wat het is

Het is wat het is klinkt eenvoudig. Aanvaarden wat het is kan ingewikkelder zijn. Daar ken je vast je eigen voorbeelden van. Mijn blogjes gaan over leven met een donornier, ik vertel je wat het is. Schrijven maakt de dingen beter aanvaardbaar voor mij simpelweg omdat ik het onder woorden breng. Zien of het deze keer ook zo is.

Ik val regelmatig in de prijzen. Het mooiste voorbeeld ervan is het krijgen van een donornier al vier maanden nadat ik bij Eurotransplant was ingeschreven. Dat is de hoofdprijs. Het had ook drie jaar kunnen duren met als gevolg dat ik had moeten dialyseren.
Er zijn ook wat andere prijzen uitgereikt, je kent ze als je vaker m’n blogjes leest. Ik schreef al eens dat een beetje blind wel degelijk bestaat. Ben ik het levende bewijs van, ik zie met maar een oog. Dat went op den duur aardig, je hersenen compenseren het gemis op een bijzondere manier. Niet alles, diepte zien zoals het was is er niet meer bij. Dat levert wel eens hilarische toestanden op, als ik de melk niet in maar deels naast mijn glas giet. Een baantje in de horeca is aan mij niet besteed.

Van de week geheel onverwacht was het weer prijs. Ik hoor al een tijdje niks met mijn rechteroor. Via de huisarts kom je dan bij de KNO-arts. Na een audiologische test en nog wat aanvullende testen wordt duidelijk wat het is. Ik rekende er min of meer op dat het te verhelpen zou zijn. Dat bleek niet het geval, een virus heeft het slakkenhuis van mijn oor vernield.

Het fenomeen heet sudden deafness. Je bent binnen een paar seconden tot een paar minuten doof en het is onherstelbaar. Een beetje doof dan, ik heb twee oren. Het richting horen van geluiden is weg. Het voor altijd suizen van dat oor krijg ik er gratis bij. Het is geluid dat er niet is maar wat ik wel hoor.

Ik weet het nu, maar heb het nog niet aanvaard. Het maakt me boos en verdrietig. Ik hoef niet alweer een prijs, voor deze bedanken kan niet. Dat brengt een oud en bekend gevoel terug. Ik heb er even weinig zin meer in, mijn belangstelling voor dingen die ik anders leuk of interessant vind is weg. Vloeken en janken helpt een beetje. De tijd zal het wel helen. Voor nu is het klote

Het is mogelijk een prijs die ik betaal voor mijn donornier. Je kunt het niet aantonen, maar de afweer onderdrukkende medicijnen maken het voor gemene virusjes gemakkelijker om mij ziek te maken. Dat is ze al vaker gelukt. Ik heb net zo vaak of net zo weinig een infectie als ieder ander. Bij mij is alleen de kans veel groter dat ik er last van krijg.
Daarom ga ik niet naar winkels of uit eten in een restaurant, vermijd groepen mensen zoals op verjaardagen en feestjes. Je kunt niet alles ontlopen, ik wil ook nog wel een beetje leven. Ook al heb ik zoals nu nogal de pest in. Ik verklein het risico waar het kan, binnen voor mij aanvaardbare grenzen.

Ik schrijf over leven met een donornier. Soms is het even overleven. Het volgende blogje is vast veel vrolijker. Het wordt weer eens tijd om over de avonturen van Piep de muis schrijven.

Regenboog

Met de winterdag moet een mens wat. Buiten wandelen in de stromende regen, of tot je enkels door de blubber baggeren in je moestuin. Ik ben er gauw klaar mee. Ik vond een heel oud boekje weer terug tussen de stapels boeken om mijn kamer op zolder. Er staan leuke en spannende experimenten in beschreven. Maar ook suffige proefjes voor beginners. Ik was ergens blijven steken bij ‘gevorderden’ blijkens een afgescheurde punt van een krant bij wijze van boekenlegger. Precies bij ‘regenbogen maken’. Iets met licht en water, of met een prisma. Je weet wel, het licht breekt en je ziet dan de afzonderlijke kleuren.

Nu ben ik niet gauw tevreden en ik wilde een flinke regenboog maken. De eerste paar kleintjes lukten aardig toen er iets vreemds gebeurde. Al prutsend en experimenterend dacht ik er nog wel iets aan toe te kunnen voegen. Maar wat en hoe?

Het was een onzichtbaar element. Ik kreeg het er warm van en deed het zolderraam een stukje open. Dat hielp, ik kreeg de geest. Het is een kwestie van concentratie en een beetje je best doen. Eigenlijk moet je zover komen dat je niets anders doet dan ruimte geven aan je spirit. Ik had het nog niet gedacht of het gebeurde al. Een rasechte, volwassen regenboog verscheen uit het niets, en glipte door mijn zolderraam naar buiten. Geen idee waar die was gebleven.

Totdat mijn buurvrouw even later een foto stuurde van een heuse regenboog die uit mijn zolderraam schoot. Prima timing en ik wist gelijk dat ik het me niet had verbeeld.
Normaal stop ik de gelukte regenboogjes in en afsluitbaar doosje van plexiglas, leuk voor later. Maar deze was er vandoor.

Ik heb iets met regenbogen, ze maken me blij. Ze zijn een mooie metafoor voor wat er is zonder woorden. Voor onzichtbare dingen als vriendschap, liefde, geesteskracht. Voor dat je aan iemand denkt en die belt je nog geen twee tellen later. Voor wat je voelt als je met je kat, je hond of je konijn praat.
Wat zijn jouw regenboogmomenten?

Ik maak natuurlijk geen regenbogen op mijn zolder. Ik maak ze in mijn hoofd. Soms geeft ik er eentje weg. Deze is voor jou.

Terugkijkers

Ik hoop nog steeds op eekhoorntjes in de eikenbomen langs het Kerkepad. Misschien zijn ze er toch als ik niet kijk. De kans is groot. Ik denk dat ik vaak kijk, maar in de optiek van een eekhoorntje kijk ik natuurlijk nooit.
Kijk dan sukkel, zeggen ze in het Eekhoorns als ze over de horizontale takken van boom naar boom racen. Hij zit weer te suffen in z’n stoel.

Dikke duiven zie ik genoeg, als traag vliegende strontbommenwerpers scheren ze over het huis. Je verwacht ieder moment een voltreffer tegen het raam. Hoe was dat vroeger, of in het bijna afgelopen jaar met die eekhoorns en die schijtduiven? Daar gaan we het niet over hebben.

Je wordt er bijna chagrijnig van, vrijwel alle media hebben terugkijkers aan het werk in december. Om iets te zeggen of te schrijven over het afgelopen jaar. Je kunt net zo goed je oude kranten een jaar bewaren en er dan eind december willekeurig een paar uit de stapel trekken. Je hebt dan ook nog de keuze om het te laten. Nu staat het verdomme in mijn verse krant.

De oude kranten gaan naar de korfbalclub, hup in de container.
Zelf heb ik een half leven gevoetbald hetgeen stigmatiserend blijkt. Ken je dat, als je in bepaalde kringen moet opbiechten dat je een voetballer bent en dat je dan enigszins laatdunkend wordt ingedeeld op de ladder van fatsoenlijke sporten?

Ik heb wel een dubbele voornaam, maar voetballen is leuker. Beetje een balletje scoopen op een zeiknat kunstgrasveld of een bal door een mandje mikken, daar raak ik niet opgewonden van. Eigenlijk kan ook het professionele voetbal me helemaal gestolen worden. Nee dan ouderwets voetbal. Even je tegenstander onder het gras stoppen als hij jou schopt inplaats van de bal. En dat geheel volgens de spelregels. Een kneiterharde sliding. Heerlijk, dat doet ie niet nog een keer.

Wat afgelopen jaar betreft, ik ben meer een vooruitkijker. Niet een die zegt dat ie vanaf januari niks meer doet wat niet moet, mag, of hoort. Ben je gek. Met je goede voornemens. Dat is niks voor mij. Als je de lol van het leven niet meer kunt zien dan houdt het op.
Ik weet uit ervaring dat het ook wel eens niet meevalt.

Het is goed om je mandje met ervaringen mee te nemen, maar noem het toch geen rugzakje. Je hebt in het leven gewinkeld en het maakt je wie je bent. Geniet wanneer mogelijk, er mag best wat meer geleefd worden wat mij betreft. Niet alles hoeft veel diepgang te hebben. Geniet elke dag. Doen hè!

Donkere dagen

Donkere dagen en dan bedoel ik die met weinig licht. Vooral voor kerst, de spreekwoordelijke. Als je naar buiten kijkt is het gelijk alsof je het leven overdenkt. Wat is het waard en waarom moet het er zijn? Het is vast een kwestie van evolutie. Of juist niet? Was er een grappenmaker die op zo’n donkere dag ergens anders dit heeft verzonnen? Een magiër die wij niet kunnen bevatten met onze beperkte zintuigen. Misschien wel een aantrekkelijk idee. Een kapstok voor vragen die niet beantwoord kunnen worden. Het geraas van de stofzuiger overstemt mijn gedachten. Stofzuigen doe je het best op donkere dagen.

Ik koester op dit soort dagen mijn hernia en bedenk auto’s waar ik wel langer dan tien minuten in zou kunnen rijden. En dan zonder de zeurende pijn in mijn onderrug. Iets met een hoge instap misschien, haha. Ik heb de omschrijving ‘hoge instap’ altijd weggelachen. Lifestyle voor bejaarden. In lijn met het levensloopbestendig maken van je huis. Een soort voortijdig verlangen naar een comfortabel einde.
Vind maar iets betaalbaars met een hoge instap waar je ook nog hard meer kan gaan zonder dat je voor joker rijdt. Tegelijkertijd is het pathetisch als je enkel met veel moeite uit je sportieve auto weet te komen. Heb ik weer hè. Beetje klagen helpt altijd voor het mentale welbevinden.

Door donkere dagen heb ik ook veel tijd te veel. Dat is goed voor het overdenken van het leven, maar minder goed voor je humeur. Ik probeer niet naar buiten te kijken en te focussen op de kerstboom. De ledlampjes zijn tevreden. Regendruppels rollen pesterig langs het raam.

Ik heb de krant opgezegd, ben het geleuter over kunst, cultuur en film helemaal zat. Zo’n krantenredactie hoort zich in te spannen om levensvragen te stellen in relatie tot de actualiteit. Daarvoor is het natuurlijk nodig dat ze eens een donkere dag in een stoel bij het raam gaan zitten. Zonder kerstboom want dat is alleen maar afleiding. Hebben ze geen tijd voor en ze zijn er te jong voor vrees ik. Wel tijd om naar de film en het theater te gaan en boeken te lezen. Dan kom je natuurlijk nergens meer aan toe.

Donkere dagen helpen, om iets te snappen van de lichte.