Piep en de zon

Piep ligt peinzend op zijn rug, op zijn bed van droge blaadjes. Ver genoeg van de kachel en toch zo dichtbij dat het precies comfortabel is zonder door de weldadige warmte in slaap te vallen.

Nadenken is fijn. Het kan bijna altijd en overal. Het liefst in een rustige omgeving. Veel muizen vinden nadenken maar zonde van de tijd, ze doen het dan ook niet. En dat merk je.

Piep overweegt om zijn huisje van twee geschakelde notendoppen duurzamer te maken. Op een manier zodat het ‘s ochtends als je opstaat nog lekker warm is, zonder dat je de kachel moet laten branden. Hij en Tintje vinden het niks om in de winter vroeg uit bed te moeten als het koud is. Zeg Piep, zegt Tintje dan met een slaapstem. Ga jij er het eerst uit?

Piep heeft al wel een idee. Eerst eens overleggen met Knutsel de bouwmuis. Die weet hoe je dingen maakt.

Het plannetje is om kiezelsteentjes rond de kachel te leggen. Dan worden de steentjes heet en die blijven nog urenlang hun warmte afgeven. Het moet wel iets goeds worden, niet een berg los grind.

Verder moet er iets met de ramen gebeuren. Nu zitten die in de winter voor het grootste deel dichtgestopt aan de buitenkant. Met een berg blaadjes met wat grond erover. Dat is tegen de kou.

Mooier is om iets te hebben wat makkelijk open kan als de zon in februari al flink schijnt. Dat is gratis warmte en het is heerlijk om veel licht in je huisje te hebben. Zomers werkt het precies andersom.

Daarvan krijg je zin in het voorjaar als je dat nog niet allang had.

Piep denkt dat flinke plakken gedroogd mos verstevigd met takken en takjes een soort luiken kunnen worden die open en dicht kunnen. Hij gaat het morgen aan Knutsel vragen.

Tintje haalt de fluitketel van de kachel, bakkie doen Piep? Eikeltjeskoffie of brandnetelthee? Doe maar koffie, zegt Piep. Wat neem jij? Tintje is meer een theemuis.

Zet jij het even Piep? Ik moet nog even bij de buurvrouw langs, ze moest me nog iets vertellen. Ik ben zo terug.

Piep maakt geen haast en gaat op z’n gemak aan de slag. Dat ‘ik ben zo terug’ kent hij intussen wel. Hij schenkt zijn eigen koffie in met wat poeder van boschampignon. Dat is lekkerder dan zwarte koffie. Hij laat de thee even trekken en zet de pot op het hoekje van de kachel. Zo blijft het nog minstens een uur lekker warm.

Hij krult zich op, op het blaadjes bed bij de kachel en valt in slaap. Hij droomt van een duurzaam walnotenhuisje zonder poespas, met alleen dat wat nodig is. Functioneel is genoeg zou Knutsel zeggen.

Piep en Knutsel doen ruilhandel, Fair Trade noemt Tintje het. Piep heeft ideeën die Knutsel overal mag gebruiken en Knutsel maakt dingen. Niemand hoeft zo te betalen met beukennootjes of walnoten. Ze helpen elkaar en ruilen voedsel als dat van pas komt.

Dat is nu nog belangrijker omdat er sinds een tijdje Geldwolven in het bos rondlopen. Die doen niks, maar willen overal geld voor. Het liefst kopen ze stiekem alle beukennootjes en walnoten op. Dan is er niets meer en moet je lenen bij de wolven.

Het bos is van iedereen, zegt Piep en zo willen we het houden.

Er is een ruilplek in het bos waar de wolven geen weet van hebben. Daar kan je brengen wat je over hebt of weg wil geven en je mag er pakken wat je nodig hebt.