Gletsjers

Ik las dat Maastricht zo’n 70 miljoen jaar geleden een kniediepe krijtzee was. Dat gold trouwens voor heel Limburg. Dingen veranderen in de loop van de tijd.

Tijd is een relatief begrip. Het was leuk geweest als ik daar ergens aan de oever van die krijtzee had kunnen zitten. Kijkend naar hoe die veranderde in Maastricht en omstreken.

Ik zie me daar al zitten met de laptop op schoot om de veranderingen op te schrijven om ze later in een rotswand te beitelen. Want dat hoorde in die tijd.

Jammer genoeg is de huidige inschatting dat de mensheid zoals wij die kennen pas 300.000 jaar bestaat. Dan mis je toch wat veel van de veranderingen als je daar zo laat pas kan gaan zitten.

Tegenwoordig gaan de dingen gelukkig sneller. Neem de gletsjers in de Alpen, die zijn ongeveer 10 000 jaar geleden ontstaan. Het mooie is dat je er naast kan gaan staan en ze in hoog tempo kan zien wegsmelten. Helemaal van deze tijd. Dat houdt de aandacht lekker vast.

Dat laatste is niet helemaal waar, dat van die aandacht. Er zijn velen die het niet interesseert. Dan hebben we het nog niet over hen die ervan overtuigd zijn dat alles 5000 jaar geleden is geschapen. En dat er op enige termijn weer nieuwe wonderen zijn te verwachten. Geruststellend wel voor de believers.

Intrigerend is wat de kwantummechanica noemen. Waarbij de werkelijkheid een rekenkundige waarschijnlijkheid is. Je kunt er goed aan rekenen met wiskundige modellen. Het klopt op die manier dat de werkelijkheid alleen bestaat op het moment dat we die waarnemen.

Is het dan zeker dat wat we zien en waarnemen de werkelijkheid is? Nee dat is het niet, want wat is de werkelijkheid die we niet zien?

Bedenk dat wij mensen gebrekkige waarnemers zijn. En weet dat je de dingen volgens de kwantumtheorie niet kunt begrijpen, je kan ze alleen berekenen. De formules en de uitkomst van de sommetjes kloppen, dat wel.

De stap naar bijvoorbeeld esoterie of religie is dan snel gemaakt om het niet weten en niet kunnen begrijpen in te vullen. Dat vind ik iets te kort door de bocht. Dat is als een kind met de handen voor ogen denken dat niemand je ziet.

Ik houd het op beschouwen, me afvragen wie, wat en waar ik ben en daar geen antwoord op hebben. Ik denk daar vaak over na en verwonder me.

Stel je voor dat in jouw leven de waarschijnlijkheid dat jij je kan verwonderen groot is. Dat jij invloed hebt op die verwondering omdat je het je bewust bent, het waarneemt. Verwonder je.

Wok

Vanmorgen al m’n oude zeehengelspullen in een container van de ROVA gegooid. Deed een beetje pijn. Soort van afscheid. Wat kleine goede spullen aan een kennis gegeven die graag gaat vissen met z’n kleinkinderen.

Wat ik weg mikte had ik nog jaren kunnen gebruiken. Ware het niet dat ik niet meer naar Texel ga om er (ook) te vissen. Dat ik niet met collega’s of met het zaalvoetbalteam een boot huur in Den Oever. Dat ik met m’n rollator net tot het eind van de straat kom en terug en dan niet meer kan bukken om de veters van mijn schoenen los te maken, haha.

Ik ben de ontkennende fase voorbij. Heb een beginnetje gemaakt met de aanvaardende.

Ik mis nog een bezigheid ter vervanging van het moestuinwerk. Het is vooral de fysieke inspanning. Buiten, in de zon, kou, regen of wat dan ook. Met een doel.

Schrijven en lezen is leuk, maar heerlijk moe zijn van buiten zijn is leuker.

Mountainbiken of de racefiets is me afgeraden door de nefroloog. ‘Als je een keer valt lig je van onder tot boven open, dat wil je niet’. Ze doelt op mijn door prednison kwetsbare huid en ze heeft gelijk.

Ik ben op zoek naar een hometrainer en voel tegelijkertijd tegenzin.

Fietsen op zich gaat goed in tegenstelling tot lopen. Door je iets voorovergebogen wervelkolom geef je op de fiets ruimte waar het knelt. Net als wanneer ik zit.

Ik ga mijn gewone fiets inruilen voor een elektrische met een lage instap. Dat voelt als een nederlaag. Ik vrees dat ik anders vandaag of morgen omdonder als ik opstap. Pas als ik zit en rijd gaat het goed.

Positief wel is dat mijn oudste kleinzoon, zei: je bent helemaal niet gehandicapt. Hij vond dat je dat pas bent als je een arm of een been mist, of in ieder geval een deel ervan. Zijn uitspraak was naar aanleiding van mijn gehandicaptenparkeerkaart die op de tafel lag. Hij snapt het.

Koken is een fijne afleiding en broodbakken. Dat laatste ga ik binnenkort leren van een dochter van een bakker. Wat wil je nog meer? Nou, zittend koken. Ik weet alleen niet goed hoe. De hoge kruk die ik ervoor kocht is het niet helemaal. Je wil je knieën onder het werkblad kunnen steken. Moet je eens proberen bij je aanrecht en je fornuis.

Ik ben op zoek naar een nieuwe wok. Die vind je niet zomaar. Ze worden aangeprezen met ‘inductie oppervlak van 16 cm’. Ik zoek een wok ja, niet een veredelde koekenpan! Ik kook op gas. Het wordt steeds gekker. Ik denk dat het toch een ouderwets stalen exemplaar wordt. Zo een die je moet inbranden.

Er zijn halve dagen die ik fluitend doorkom, zonder morren en gevloek. Het tovermiddel heet oxycodon. Werkt goed, na een uurtje is de pijn zo goed als weg. Waarom dan niet voor hele dagen nemen? Het is een opiaat, je hebt als je dat doet steeds meer nodig omdat de werking verminderd. En je kunt na verloop van tijd niet meer zonder. No go dus.

Ik gebruik het incidenteel. Zoals morgen, Sinterklaas vieren bij mijn kleinzoons. Dat is leuker met een opa die goed te spreken is.