Schoffelen

Bijna het mooiste van een moestuin is spitten. Mooier nog is schoffelen. Dat laatste is niet voor veel mensen weggelegd. Natuurlijk ken je dat, zo’n plat stukje ijzer aan een steel. Je kan er een beetje mee door de grond raggen. Het onkruid lacht je uit, in plukjes met een kluitje aarde eraan wacht het tot de volgende regenbui en dan groeit het verder. Voordeel is dat je leuk aan de gang blijft.

Voor het echte werk, om het te leren, heb je een flinke moestuin nodig om meters te maken. In dat geval ben je waarschijnlijk ook zo slim om je planten op een vaste afstand van elkaar en tussen elkaar te zetten en wel zo dat je schoffel er ruim tussendoor past.

Als je minstens anderhalf seizoen intensief met een echte schoffel hebt gewerkt dan komt het. Je raakt in een flow als je aan het schoffelen bent. Je vergeet alles om je heen en bent helemaal geabsorbeerd door het schoffelwerk. Heerlijk.

Je hebt een nieuwe oog-handcoördinatie aangeleerd die je laat schoffelen als een pro. Je laat je gedachten niet meer afdwalen en je wordt niet meer door je omgeving afgeleid. Je voelt aan de steel van de schoffel of je onkruid raakt, of dat je tegen een van je groenteplanten aantikt.

Het vergt wekenlang meerdere dagen per week werken met de schoffel. Vaak oefenen is beter dan een af en toe heel lang.

Voor het echte werk heb je een goede schoffel nodig, niet zo’n bot stukje metaal. Een echte heeft aan alle kanten een snijvlak, voor, achter en aan de zijkanten. De voorkant is wat breder dan de achterkant. De betere zijn van (hand)gesmeed staal. Niet vlijmscherp, maar net scherp genoeg.

Als je biologisch of duurzaam wil schoffelen koop dan geen geverfde schoffel.  Hetzelfde geldt voor je andere tuingereedschap en je klompen. Je kan raden waar die verf blijft op den duur.

Een tip, zorg dat de steel van al je tuingereedschap ongelakt is. Dat voorkomt blaren in je handen.

Mijn tegeltjeswijsheid van vandaag: als je schoffelt is het altijd mooi weer.